Door het vuur voor de vrede

Dierbaren, Afgelopen dagen was er het topoverleg tussen twee machthebbers, en ik denk niet dat ik de enige ben geweest die toch hoopte op dat daar het magische woord zou vallen: vrede! Maar het verbaasd mij niet dat het daarvoor te vroeg bleek te zijn. Meer verbazing wekt de uitspraak, die ik van Jezus van Nazareth nu allerminst verwachtte: “Meent gij dat ik op aarde vrede ben komen brengen? Nee, zeg ik u, juist verdeeldheid.

Hij presenteert zichzelf als degene die zelfs binnen eenzelfde familie verdeeldheid zaait. Deze uitspraak wordt voorafgegaan door twee ook moeilijk te begrijpen woorden. Laten we ons vandaag beperken tot deze eerste twee woorden.

Jezus zegt eerst: “Ik ben gekomen om vuur op de aarde te brengen, en hoe graag zou ik willen dat het al brandde.” Welk “vuur” is dit? Er bestaan zeer uiteenlopende interpretaties. Het verwijst naar een toekomstige gebeurtenis, omdat het vuur nog niet is ontstoken. De meest algemeen aanvaarde interpretatie is dat dit vuur de Heilige Geest vertegenwoordigt. Deze interpretatie verwijst naar de prediking van Johannes de Doper. Die zei: “Er komt iemand die machtiger is dan ik… hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur”, dat wil zeggen met het vuur van de Geest, het vuur dat de Heilige Geest is. Lucas zal in de woorden van de Doper: “Er komt iemand, machtiger dan ik… die jullie zal dopen met de Heilige Geest en met vuur” een voorbode hebben gezien van de neerdaling van de Heilige Geest, op de dag van Pinksteren, over de oorspronkelijke gemeenschap: “Toen verschenen er aan hen,” zegt Lucas in zijn Pinksterverslag, “tongen als van vuur, en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.” Dit vuur symboliseerde de Heilige Geest, vuur van de Heer die naar de hemel was opgevaren en naar de aarde werd gezonden om de gelovigen warm te maken. Zo ging in vervulling wat de Voorloper had voorspeld: “Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur.” Om dit vuur op aarde te brengen, was de Zoon van God uit de hemel neergedaald. “En hoe verlang Ik ernaar,” voegt Jezus eraan toe, “dat dit vuur reeds oplaait.” Jezus verlangt vurig dat deze zending van de Heilige Geest zo snel mogelijk plaatsvindt. Maar dit zal niet mogelijk zijn voordat Hij  zelf gedoopt is, met een doopsel waar Hij tegenop ziet. “Ik moet,” vervolgt Jezus, “een doop ontvangen, en hoezeer verlang ik ernaar, of – in een andere vertaling: hoe pijnlijk is het voor Mij om te wachten tot deze doop volbracht is.” Voordat dit vuur van de Heilige Geest op aarde ontstoken wordt, zal Jezus een doop moeten ontvangen die Hij niet verlangt, maar waarvan de verwachting Hem kwelt.

Je zou hier kunnen verwijzen naar een woord uit het Evangelie van Johannes. Op de laatste dag van het feest van de Tempelwijding, enkele maanden voor zijn kruisiging, had Jezus hardop gezegd: “Als iemand dorst heeft, laat hij dan tot Mij komen en laat hij drinken, wie in Mij gelooft, overeenkomstig het woord van de Heilige Schrift: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien” (7/38). En Johannes legt uit dat “Jezus sprak over de Heilige Geest (hier gesymboliseerd door water) die hen zou ontvangen die in Hem geloofden; want er was nog geen Geest, of: de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was”, dat wil zeggen, Hij was nog niet ten hemel opgevaren.

Voordat de Heilige Geest komt, zal Jezus moeten sterven en verheerlijkt worden. Hier in het evangelie van deze zondag verklaart Jezus dat hij in doodsangst verkeert omdat hij gedoopt moet worden, een doop die Hem veel zal kosten. Het kan alleen de doop zijn, onderdompeling, in het lijden van de dood. Hij zal vervuld zijn van doodsangst totdat deze onderdompeling in de dood voltooid is. Pas dan zal de Heilige Geest naar de aarde neerdalen en Jezus’ discipelen in vuur dopen.

Op een dag vroegen de apostelen Jakobus en Johannes, via hun moeder, aan Jezus: “Geef ons dat wij in uw heerlijkheid de een aan uw rechterhand en de ander aan uw linkerhand mogen zitten.” En Jezus had tot hen gezegd: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie de beker drinken die Ik drink, en gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word?” – de doop van de dood waarmee Hij zijn heerlijkheid zal binnengaan. Hij weigert deze niet, maar wacht er met angst op en zal hem aanvaarden, omdat dit de wil van de Vader is, en opdat de wereld gered mag worden en het vuur van de Heilige Geest op ons mag neerdalen. In de tweede lezing vandaag hoorden wij: “Laten wij ons aansluiten bij die menigte getuigen van het geloof en elke last en belemmering van zonde van ons afschudden… uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.” Moge het vieren van de eucharistie en het deelnemen aan de eucharistische gave, waardoor wij deel krijgen aan de vereniging van Jezus met de hemelse Vader in de liefde van de H. Geest ons sterken op onze levensweg en ons de zalige voltooiing doen bereiken.

AMEN

Br. Gerard Mathijsen

Lezingen:  Jer. 38, 4-6,8-10; Hebr. 12, 1-4; Lc. 12, 49-53.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2025, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden