Dat woord over je vader en moeder haten ( Lukas 14,25-33 ) kwam het vorig jaar in een communiteitsgesprek bij de broeders op tafel. En ik weet niet of u het had verwacht, maar het kreeg ook bij monniken niet zomaar instemmend commentaar van iedereen. Wij monniken verlaten dan wel vader en moeder, zoals wij ook afzien van vrouw en kinderen, maar haten dat is nog wel wat anders. Het riep dan ook weerstand op bij deze en gene. Was zo’n woord wel evangelisch? Hoe daarmee om te gaan?
Misschien herkent u zich in die reactie, maar eens te meer blijft dan de vraag: wat moeten wij met dat woord van Jezus? Wij kunnen ons er natuurlijk van ontdoen door te zeggen dat het hier gaat om een typische oosterse overdrijving. Maar hebben we dan de tekst niet al te vlug monddood gemaakt?
Wat moeten wij met die woorden? In elk geval dienen we ze te lezen binnen het grote verhaal van het evangelie. En dan zien we dat Jezus zijn leven lang alle relaties niet heeft afgemeten aan bloedbanden. Denk maar aan die episode elders in het evangelie. “Zijn moeder en zijn broers willen naar hem toe, maar het is zo druk om hem heen dat ze niet bij hem kunnen komen. De omstanders zeggen: ‘uw moeder en uw broers willen u zien.’ Jezus zegt dan: ‘mijn moeder en mijn broers zijn zij die het woord Gods horen en doen.’” [1]
Jezus verbiedt ons niet om te beminnen, maar hij vraagt naar de grondslag en de maat van onze liefde. Wie hem wil volgen dient juist als hij te beminnen met een maat en reikwijdte die de menselijke maat te boven gaat. Je moet dus niet minder beminnen, maar meer en misschien ook anders. Vrij en puttend uit de bron van levend water die uit Gods hart stroomt. Daar heeft Jezus zelf zijn leven lang uit geput om ieder en allen te beminnen met de liefde van de Vader die zijn zon laat opgaan over goeden en slechten. Een liefde waar zijn moeder ruimte voor moest laten. Niet dat hij haar minder beminde, maar hij werd innerlijk zo geraakt en geroerd door het lief en leed van mensen, dat hij er zijn leven voor over had, dat hij beminde ook waar er geen weg terug meer was en hij zijn leven ervoor gaf.
Het evangelie van vandaag begon met de opmerking dat talloze mensen met Jezus meetrokken. Hij trok mensen aan en er was veel bekijks, maar dat is nog iets anders dan iemand volgen. Leerling van hem worden en in zijn voetstappen treden, dat vraagt een andere stap. Dat vraagt een keuze die niet impulsief genomen moet worden. Daar moeten je tijd voor nemen, je moet er voor gaan zitten zoals we in het tweede deel van het evangelie van vandaag horen. Daar wordt gesproken over het bouwen van een toren en van het ten strijde optrekken van een koning. Dergelijke ondernemingen hebben maar kans van slagen als er goed over is nagedacht en er is gerekend, wanneer de zaak van alle kanten is bekeken en overwogen.
Dat vraagt om afstand nemen van allerlei eigen voorkeuren en plannen die niet zijn geijkt op de levensweg van hem die ons op dit pad is voorgegaan.
Jezus heeft zich een leven lang toegelegd op de dienst aan Gods koninkrijk, op het beminnen van God en het beminnen van alle mensen die hem als kinderen Gods waren gegeven. Dat bracht hem tot het stil gesprek, tot het gebed, een tasten en zoeken, een luisteren en spreken, een wikken en wegen. En gaandeweg heeft hij geleerd en ontdekt dat het alles van hem vroeg zoals het ook van God die hij zijn Vader noemde, alles vroeg om de mensen te beminnen met een zelveloosheid die voorbijzag aan al wat het licht niet kon verdragen.
Het was een hele weg voor Jezus, zoals het voor ons een hele weg is. Hij is hem gegaan, hij is niet weggelopen voor de obstakels en voor de dreigementen. Beminnen ook waar de ander tegenstand biedt, waar de ander zich niet beminnenswaard toont, waar haat en vijandschap zich als een beproeving en een bekoring aandienen.
Die weg, het is er voor hem een geweest van steeds verdere ontlediging, om een en al ruimte te zijn voor het leven dat uit de Vader opwelt, om ruimte te geven aan de adem van de Geest, die mensen schept en herschept. Levende icoon van God, die ons nodigt met hem de weg te gaan.
Je moet ervoor gaan zitten zegt het evangelie van vandaag, want dat is niet iets van een ademtocht. Je moet ervoor gaan zitten, en dat is iets anders dan je terugtrekken achter een studietafel. Dat is op zijn tijd ook gewenst, maar meer en allereerst is er de stille hoek nodig waar wij juist als Jezus ons oor te luisteren leggen in de stilte, in het stille gesprek dat het gebed is.
Het evangelie van vandaag is geen verhaal dat ons het leven of de liefde ontzegt, integendeel, het nodigt ons uit er ernst mee te maken en voorbij sympathie en antipathie te zoeken naar de bodem van een liefde die de zelveloosheid kent van Gods eigen beminnen.
Terwijl de wereld op veel plaatsen in brand staat en ook in eigen land bij velen de neiging bestaat van ‘wij eerst of wij alleen’, zien wij God zij dank ook voorbeelden van het tegendeel. Wat dacht u van de zusters en broeders, van hulpverleners en doctoren die ervoor gekozen hebben hun zieke, bejaarde of gehandicapten in de hel van Gaza niet in de steek te laten. Een keuze voor het leven, een keuze die voor de dood niet vlucht, omdat de liefde sterker is dan alle dood.
En wij, voor welk leven kiezen wij, wagen wij het te verliezen om Gods liefde ruimte geven? Laat ons dan het stil gesprek niet schuwen om te worden herboren als nieuwe mensen. AMEN.
Abt Thijs Ketelaars
[1] Lc. 8,19-21
Evangelie: Lukas 14,25-33
