een haag rond het leven

In het zuiden van ons land wordt deze zondag carnaval gevierd en ik vrees dat het evangelie van vandaag er bekaaid afkomt. Wij hebben zonder al dat gehos en gezwier hopelijk de tijd en aandacht.  Het was niet alleen een lange tekst, te lang zelfs voor één preek, maar het is ook een tekst die vragen oproept en misschien zelfs irritatie. Allemaal redenen om er samen bij stil te staan en  te onderzoeken wat er nu eigenlijk gezegd wordt.

Over wie of wat gaat het eigenlijk? Gaat het over geboden of gaat het over de manier waarop met geboden wordt omgegaan, ja hoe Jezus de geboden interpreteert?

Liefst zes maal hoorden we: ‘voorwaar, ik zeg u’. In die formulering klinkt autoriteit door en dan stelt zich natuurlijk de vraag: Waar heeft Jezus die autoriteit vandaan. Wie of wat geeft hem het recht om zo te spreken?

Maar laten we bij het begin beginnen.

Jezus spreekt hier tot zijn leerlingen, maar bij nader toezien ontdekken we dat zijn eigenlijke gesprekspartners de Schriftgeleerden en Farizeeën zijn. Voor hen zijn de woorden bestemd. Want zij zijn het die Jezus betichten van ontrouw aan de wet, van het breken met Gods geboden  en daarom leven ze op meer dan gespannen voet met hem.

Maar Jezus weerspreekt hun beschuldigingen op niet mis te verstane wijze. Met autoriteit, met gezag, horen we hem zeggen: ‘Ik zeg u, eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat één jota of haaltje vergaat uit de wet, voordat alles is geschied.’ Hij laat het zich niet zeggen, dat hij ontrouw is aan de wet. Integendeel, wie bij deze passage blijft stilstaan, leert Jezus kennen als iemand die hartstochtelijk aan de wet verknocht is. Die wet is voor hem geen boek met regels en voorschriften, nee, het is veelmeer, het is voor hem de neerslag van een volgehouden gesprek met de God van Israël, met zijn Vader, die hem levenderwijs doet ontdekken wat die woorden eigenlijk betekenen. Die woorden zijn alles voor hem, we kunnen dat niet genoeg benadrukken, maar het is geen handboek of wetboek wat je slaafs moet volgen. Niet voor niets spreekt Jezus dan ook in de eerste regel  dat hij niet gekomen is om op te heffen, maar om tot vervulling te brengen. En dat vervullen is iets anders dan slaafs napraten of uitvoeren.

De huidige discussie in de kerk over het wel of niet orthodox zijn van deze of gene tot en met de paus toe en over het wel of niet volgen van deze of gene regel en wet, zou er veel bij kunnen winnen, als ze zich zou laten gezeggen door het evangelie van vandaag.

In het eerste gedeelte horen wij waar Jezus’ omgang met Schrift en traditie  vandaan komt. Zijn lezen en verstaan is ingebed en komt voort uit een diepgaand en intiem gesprek met de Vader, die spreekt in de Schrift, in het leven van alledag en in het eigen hart, die drie samen. Jezus luistert, hij luistert intens naar de Schrift als een woord van leven, dat richting geeft, uitnodigt en aanzet tot leven. Hij luistert ook naar het leven van alledag en herkent er de aanspraak  van de Vader om mensen nabij te zijn met zijn leven gevende en helende liefde, hij luistert naar zijn eigen hart en in de stilte van zijn nachtelijk gebed hoort hij Gods Geest die hem liefde inademt.

Zo gevormd en geschoold is voor hem de wet een woord geschreven met vurige letters, een boek om mensen de weg te wijzen naar wat leven geeft en leven beschermt.  En dan ben je er niet met één wetsregel met klem te verkondigen om de orthodoxie of je eigen gelijk te promoveren.

Alleen wie weet heeft van dat innerlijk gesprek en die daarin deelt, heeft recht van spreken met autoriteit. Al het andere, hoe goed bedoeld ook, is in feite niet meer dan papegaaien, het napraten van dode regels.

Het verschil, de afgrond tussen die twee werelden wordt helder in beeld gebracht in het vervolg van de tekst. Daar wordt door Jezus commentaar geleverd op de wet zoals die door Schriftgeleerden en Farizeeën in verschillend situaties wordt geciteerd of toegepast. Het gaat om zaken als doodslag, huwelijk en echtscheiding, eed en rechtspraak en zo meer. Allemaal onderdelen van het dagelijks bestaan.

Het is ondoenlijk vandaag op al die zaken in te gaan. Dan hoeft ook niet, als we één geval bekijken krijgen we een indruk hoe Jezus de wet verstaat en hanteert.

Laten we als voorbeeld de eerste casus uit de tekst van vandaag nemen. ‘Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders gezegd is: gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar ik zeg u…’ En dan volgt er een passage waarin Jezus  situaties oproept waar mensen met elkaar in onmin leven,  vetes hebben enzovoort.

Wat gebeurt hier? Hier worden Schriftgeleerden en Farizeeën, mensen die naar de letter van de wet handelen, erop gewezen, dat die wet een ziel heeft, die om veel meer gaat dan het volgen van een regel. Je mag niemand doden zegt de wet, maar dat is om in computertermen te spreken een zipbestand. Dat moet je uitpakken om te zien wat daar allemaal in zit, wat  allemaal onder dat gebod valt. Dat  gaat niet alleen over doodslag, het gaat over alles wat de kwaliteit van leven in een samenleving, in een gemeenschap bedreigt en belaagt.

Toegepast in onze tijd betekent dat bijvoorbeeld dat je niet aan dit gebod voldoet als je met veel nadruk in de pro life beweging tegen abortus bent en je je verder niet bekommert om al die mensen die in barre omstandigheden roepen om leven.

Jezus rekt de wet niet op of uit, broeders en zusters, en hij schaft hem al helemaal niet af. Hij vervult hem door er op te wijzen, met klem en gezag, dat de wet een haag plaatst rond het leven, zodat het kan gedijen en wordt beschermd tegen alles wat afbreuk kan doen aan menselijke relaties en aan zorg voor de schepping, die ons leven draagt.

De Schrift leert ons vandaag bij monde van de Heer zelf dat de wet geen stok is om te slaan maar een stut om zó te gaan dat in alle relaties en situaties van het menselijk bestaan het leven het wint van de dood.  Huiswerk dus, vandaan en alle dagen, maar een opdracht die leven en vreugde schenkt.

AMEN.

Abt. Thijs Ketelaars

Mt 5, 17-37

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2026, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden