Als je veel wordt toevertrouwd

Een verzuchting van Jezus…

Bij sommige teksten in het evangelie denk je: hierin klinkt echt iets door van de persoonlijke ervaring, de hoogstpersoonlijke beleving van Jezus zelf. Bijvoorbeeld in de gelijkenis van de zaaier: lang niet alles wat je zaait komt goed terecht en bloeit op. Het meeste waarschijnlijk niet. Je kunt nog zo hard werken, nog zoveel geven, niet alles is vruchtbaar. Maar toch moet je blijven zaaien. Dat is iets wat Jezus in de jaren waarin hij rondging en de mensen onderrichtte, dikwijls moet hebben gedacht. Of bijvoorbeeld de verzuchting: zij zijn als schapen zonder herder. Jezus zegt het vanuit een diep gevoel van compassie: veel mensen missen leiderschap, ze missen iemand die hun herder wil zijn. Het lijkt een persoonlijke ontboezeming van een jonge Jezus, die zich geroepen voelt en er wil zijn voor mensen zonder herder.

Ook het evangelie van vandaag bevat zo’n zin waarvan je denkt: hierin weerklinkt echt een besef dat Jezus zelf moet hebben gehad. ‘Van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist. En van hem aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd.’ Een spreuk waar vragen om heen cirkelen, vragen als: het is toch niet vrijblijvend wat ik allemaal ontvangen heb? Wat ermee te doen? Geven, geven, doorgeven…kan ik blijven geven? Wat drijft me om de mensen te dienen, om alsmaar te geven…  hoe houd ik het vol? Vragen die Jezus zich zal hebben gesteld.

 

Dienaar zijn in het huis van de Heer

De gelijkenis die in deze passage van het evangelie van Lucas staat, geeft een antwoord op die serie vragen. Stel je maar voor dat je als een dienaar bent, hard aan het werk, en dat je wacht tot je baas thuiskomt. Je weet niet wanneer dat zal zijn, maar als dat moment er is, moet je er klaar voor zijn. Dan moet duidelijk zijn, dat je je opdracht serieus hebt genomen. Dat je betrouwbaar aan het werk bent geweest, dat je voor alles wat je is toevertrouwd, goed hebt gezorgd. Het is een beeld: op zo’n manier in de wereld staan, dat je rekenschap kunt afleggen, als iemand die onder contract staat en jet zo goed mogelijk wil doen. Als iemand die de verantwoordelijkheid die is toevertrouwd, niet beschaamt. Als een goede plaatsvervanger van de Heer, die ‘volgens zijn wil’ zoals het evangelie het uitdrukt, aan het werk is gegaan.

Het is een toegankelijk beeld. Iedereen kan zich er iets bij voorstellen: er zijn werknemers die er niets van bakken, de zaak laten verslonzen, hun verantwoordelijkheid misbruiken. Maar er zijn ook verstandige dienaren, mensen die naar eer en geweten handelen, mensen die iedereen wel over zijn huis of bedrijf zou aanstellen. Goede rentmeesters.

 

Mensen met verantwoordelijkheid

Het is een beeld dat met mooie details is uitgewerkt. Zorg dat je klaarstaat met een brandende lamp. Niet in een donker huis, maar goed verlicht, en dat je meteen opendoet… Een brandende lamp, een symbool voor klaarstaan, waakzaam zijn. Zorgen dat je genoeg olie hebt voor je lamp, zegt een andere uitwerking van die gelijkenis, in het evangelie van Matteüs, daar nog bij. Het is een beeld uit de huiselijke context, misschien missen we in onze tijd, met het bijna vanzelfsprekende elektrische licht, iets van de betekenis van een olielamp. Hoe belangrijk is het niet, dat er licht is? dat je daarvoor zorgdraagt? Jezus zou in huiselijke termen van onze tijd misschien iets anders hebben gezegd: zorg dat je telefoon opgeladen is, dat je een volle tank hebt, dat je batterij ook persoonlijk goed opgeladen is en je vol goede energie zit… En dat je iets in huis hebt voor een onverwachte gast/ Want ineens is die er en dan moet jij die goed kunnen ontvangen.

Een ander mooi detail in deze parabel is: als de Heer thuiskomt en je hebt je goed van je taak geweten, dan zal dat worden gevierd. Je zult samen aan tafel gaan en er zal een feestmaal worden opgediend – en dan word jij bediend!

Het mooiste aspect van de gelijkenis is echter nog iets anders: het mensbeeld. Mensen krijgen een verantwoordelijkheid, ze worden geacht die ook te nemen. Mensen zijn tot veel in staat en mogen de honneurs waarnemen van hun Heer. Als dienaren aan wie veel is toevertrouwd. Dienaar zijn is geen minzame functie, integendeel: de taak die je als mens hebt is belangrijk en van niveau: je bent een zaakgelastigde van de Heer. Je moet beseffen hoeveel je gegeven is, en hoeveel je zelf namens die Heer, in de naam van de Heer, ook mag doen en geven. ‘Gelukkig de dienaars’ zegt het evangelie van vandaag, tot drie maal toe. En ook dat drukt wellicht het persoonlijke gevoel van Jezus uit. ‘Gelukkig de dienaars.’

 

Erfgenamen van een belofte

In onze liturgische kalender zijn naast deze passage van Lucas nog twee andere lezingen geplaatst, die bepaalde aspecten doen oplichten. Waarom zijn er van die toegewijde dienaren, die trouw blijven aan hun opdracht en erin blijven geloven? Ze staan in een traditie, een traditie van andere toegewijde, trouwe mensen. Ze volgen het voorbeeld van anderen, als je heel ver teruggaat van Abraham en Sara, van Isaak en Rebecca, van Jacob en Rachel. Veel verder terug kun je niet gaan, maar in die lijn, zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën, in die lijn staan wij als gelovige mensen. Net als Abraham en Sara mogen we leven uit het geloof dat we hebben ontvangen. Zonder precies te weten hoe en wat, gingen zij moedig op weg en werden tegen alle waarschijnlijkheid in vruchtbaar, vader, moeder, stichters van een groot volk. Ze erfden een belofte’, zoals de brief zegt. Erfgenamen van een belofte zijn: dat is een hoopvol perspectief voor ons leven, en het brengt verantwoordelijkheid met zich mee.

Het boek Wijsheid brengt de nacht voor de Uittocht uit Egypte in herinnering. Ook toen moesten de mensen wachten… het was waarschijnlijk een nacht vol angstig wachten, al zegt de tekst ook dat ze liederen zongen… Ze konden moed putten uit de belofte dat de rechtvaardigen zouden worden gered. Rechtvaardige, trouwe dienaren mogen op de Heer vertrouwen.

 

Dienen en verlichten

Beste broeders van de abdij: deze zondag sluit de communiteit een retraiteweek af. Een fijne week van verstilling en verdieping, waarin we hebben nagedacht over enkele grote thema’s uit de kloosterroeping. Jullie monniken willen in deze eucharistieviering de kloostergelofte vernieuwen, deze opnieuw uitspreken en daarbij een mooi lied zingen. Ik wens jullie toe: dat jullie gezegend mogen zijn in je roeping en toewijding en als trouwe dienaren jullie lampen brandend houden. Dat jullie je licht mogen laten schijnen, in een leven van dienen en verlichten. Dat de Heer die jullie aanneemt in een mantel van licht, jullie in je dienstbare en waakzame leven nabij moge zijn. Dat je gelukkige dienaars mag zijn!

Broeders en zusters, dat laatste geldt natuurlijk voor ons allen. Dat we allemaal ‘gelukkige dienaars van de Heer’ mogen zijn.

Charles Van Leeuwen

 

Bij de lezingen van de 19e zondag:

1e lezing: Wijsh.18,6-9
Tussenzang: ps.33,1.12.18-20.22
2e lezing: Hebr.11,1 2.8-19 of: 8-12
Evangelie: Lc.12,32-48 of: 35-40

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2026, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden