33e Zondag door het jaar

In de tweede lezing voor deze zondag horen we Sint Paulus tegen de Tessalonicenzen zeggen: “Ik hoor dat sommigen van u in ledigheid leven, bemoeials die niets doen.” Het lijkt erop dat de Tessalonicenzen een slechte reputatie hadden en als luiaards golden. In ieder geval hadden sommigen van hen al een excuus voor luiheid gevonden in de verwachting van de Parousia, de komst van de Heer in heerlijkheid aan het einde van de wereld: Het heeft geen zin om nog langer te zwoegen en te blijven werken, want de Heer komt spoedig.

Maar zo had de apostel het hun niet geleerd. Hij had gezegd dat hij er niets van wist, dat het uur van de Parousia volkomen onbekend is. Hij had sterk de nadruk gelegd op de zeer waarschijnlijke plotselinge komst van de Heer: “Jullie weten zelf,” schreef hij in 1 Thessalonicenzen, “dat de dag van de Heer zal komen als een dief in de nacht. Wanneer de mensen zeggen: ‘Vrede en veiligheid’, en niet twijfelen, dan zal plotseling het verderf over hen komen… en zij zullen niet kunnen ontkomen” (5:3). De Thessalonicenzen hadden te overhaast daaruit geconcludeerd dat de komst van de Heer op handen was, en daarom besloten dat werken nergens meer goed voor was. Ze hoefden enkel te wachten op de Heer. Al in 1 Thessalonicenzen had Paulus voor zulke valse geesten gewaarschuwd, die te veel bezig waren met die Parousia: “Maak er daarom prioriteit van om  in alle rust uw eigen zaken te behartigen en uw eigen brood te verdienen ” (4:11).

Deze aanbeveling uit de eerste brief komt terug in de tweede lezing voor deze zondag. Paulus haalt eerst zijn eigen voorbeeld aan: “Jullie weten zelf…: Wij hebben bij u geen werk geschuwd en niemands brood gegeten zonder te betalen. Integendeel, wij hebben dag en nacht gewerkt, met veel inspanning en moeite, om niemand van u tot last te zijn.” Paulus geeft zichzelf als voorbeeld. Hij werkte met zijn eigen handen om in zijn eigen behoeften te voorzien, zonder daartoe gedwongen te worden. De Heer had de apostelen, toen Hij hen op hun missie stuurde, immers opgedragen: “Neem geen beurs, geen last, geen reistas mee voor onderweg…

Voor Paulus zijn luiheid, traagheid en wanorde niet passend voor een christen. “Zes dagen zult u arbeiden en uw werk doen, maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer, uw God”, schreef het Oude Testament  voor, een gebod dat in het Nieuwe Testament wordt herhaald.

De woorden van de apostel geven ons te denken, dierbaren. Het is goed voor een mens om met eigen inspanning een bijdrage te kunnen leveren aan eigen en andermans levensonderhoud. De kerk heeft een heldere kijk op een sociale leer. Het lijkt paradijselijk om niet te hoeven werken, en wij mogen dankbaar zijn dat de techniek ons van veel lichamelijke inspanning heeft verlost, maar arbeid geeft ook voldoening, bevordert zelfrespect,  kan de verbondenheid tussen mensen bevorderen. De arbeid kan iemand ook teveel in beslag nemen, kan te zwaar zijn, fysiek of psychisch, je kunt er onderdoor gaan. In beide brieven aan de Thessalonicenzen staat de raad om te werken   μετα ησυχιας, ησυχαζειν, in alle rust. Dat is in de traditie van de oosterse vroomheid een belangrijk woord, hesychia, rust, die geen ledigheid is, geen niets doen, maar bezigheid met een rustige geest, zonder gejaagdheid, inspanning van een mens die de maat weet te houden, die zich niet laat meeslepen, die de juiste maat hanteert. Sint Benedictus zegt het ook: dat alles met mate dient te geschieden, zodat de zwakken niet worden afgeschrikt, en er voor de sterken nog iets te verlangen overblijft. Daarin schuilt de ware wijsheid en dat is de weg naar het ware geluk.

Zonder het expliciet te zeggen, erkent de apostel hier het recht van ieder mens om te werken, zodat hij van zijn eigen inspanning kan leven. De techniek, de kunstmatige intelligentie kan veel taken van ons overnemen. Dat heeft voordelen, maar ook risico’s. De menselijke factor is van levensbelang. Voor een bezielde samenleving doet de menselijke factor er toe.  Alleen een  mens kan van harte geven, kan bezielde aanwezigheid schenken, alleen een mens kan ons hart raken en in gemeenschap met anderen zullen wij eens in de vrede van Gods eeuwig rijk kunnen binnengaan. Wij zijn wezens met een ziel, zoals een vis in het water, zo is een mens geschapen om met en voor anderen te leven, op weg naar zijn eeuwige bestemming.

De christenen in Thessalonica, het huidige Saloniki, waren te geobsedeerd door het besef van het naderende einde van hun wereld. Ook de mensen in Jeruzalem waren daarmee bezig, en is het niet iets waar iedere tijd zich het hoofd over breekt? Welke toekomst staat de wereld te wachten? Mensen zien hier geen toekomst meer. Echtparen durven geen kinderen te krijgen.

In het evangelie vandaag, in  de toespraak van Jezus, zoals Lucas die heeft opgetekend, verbindt de Heer het lot van de tempel met het lot van de wereld. Hij geeft het verhaal kosmische dimensies. Aardbevingen, hongersnood, pest en kanker, oorlogen en monsterachtige ontwikkelingen zullen de aarde treffen. De rechtvaardigen zullen worden gearresteerd en soms zelfs geëxecuteerd. Er zullen tekenen aan de hemel zijn. Hoopvolle tekenen tegen alle dreigingen in. ‘Want er is een zon van gerechtigheid”, profeteert de profeet Maleachi in de eerste lezing..

Lucas is van huis uit een geneesheer, een dokter. En hij stelt een feilloze diagnose: de wereld is ongeneeslijk ziek, maar het negatieve, het kwaad, het lijden heeft niet het laatste woord. Wij zijn geroepen om mensen van hoop te zijn, om toekomst te verwachten ondanks de tegenslagen die wij ondervinden. Het evangelie brengt een boodschap van goed nieuws en roept ons op in een betere wereld geloven, en ons er ook voor in te spannen. Wij zullen misschien moeten lijden, maar wij zullen  niet verloren gaan. “Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen”. Een nieuwe toekomst staat ons te wachten.

Br. Gerard Mathijsen

Lezingen: Maleachi 3, 19-20a, II Thessalonicenzen 3, 7-12, Lukas 21: 5 – 19. 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2025, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden