Leven met de geschiedenis (Blog)

Deel 6

De Abten van Egmond.

Terwijl ik dit schrijf heeft onze gemeenschap juist de keuze van haar nieuwe Abt achter de rug. Onze broeder Thijs Ketelaars is gekozen tot 44e abt van Egmond, de 6e overste sinds de restauratie van de Abdij in 1935. Misschien is dit het moment om eens te kijken hoe de verkiezingen en de zegening van abten in onze geschiedenis is gegaan.

De verkiezing van een nieuwe abt is altijd een bijzonder moment in iedere communiteit. Ook in onze communiteit was dit ook een bijzondere gebeurtenis. Na 39 jaar is Vader Abt Gerard terug getreden en is Vader Abt Thijs gekozen. Dit alles gebeurde volgens een aantal plechtige momenten die sinds de middeleeuwen inhoudelijk niet zijn veranderd. Op de dag na zijn verkiezing heeft de Abt een bezoek gebracht aan de Bisschop van Haarlem-Amsterdam en de dag hierna op het feest van St. Jan de Doper heeft de Abt-Praeses de abtszegening verricht. Dat abtswisselingen niet altijd zo voorspoedig verliepen blijkt wel uit de geschiedschrijving van onze Abdij. Ik heb een paar voorbeelden gevonden die de verschillen aanduiden.

Onze eerste abt Wonoboldus is naar alle waarschijnlijkheid bij de stichting van de abdij rond 950 als abt benoemd toen hij met zijn medebroeders op reis ging om de nieuwe stichting te bevolken. Hij zal waarschijnlijk door het overreiken van de Abtsstaf door de Graaf zijn geïnstalleerd.

Bij het overlijden van de 6e Abt Adalardus in 1120 zien wij voor het eerst een probleem rond de opvolging. Pas in 1124 wordt Ascelinus tot 7e Abt benoemd. Ik zeg benoemd omdat hij niet gekozen is door de communiteit maar benoemd door de Gravin-Weduwe. Ascelinus was eerst haar hofkapelaan en is na de dood van Abt Adalardus in het klooster opgenomen als novice en na zijn professie tot abt gezegend. Onder zijn bewind was er zoveel tegenslag dat de broeders honger leden terwijl de Gravin met het kloosterkapitaal een begin maakte met de bouw van een nieuwe kerk.

Na de keuze van de 23e abt Dirk Screvel wende deze zich tot de bisschop van Utrecht om de Abtszegening te ontvangen. Bisschop Frederik eiste een absurd bedrag voor deze gunst dat de Abt zich tot de wijbisschop van Utrecht richtte om de abtszegening te ontvangen. Deze ontving de Abt in 1319 uit handen van de Wijbisschop.

Een ander bijzonder voorbeeld vinden wij bij Abt Willem van Rolant die in 1345 gekozen werd. Gedurende zijn abbatiaat is er niet veel bijzonders te melden. Pas bij zijn abdicatie in 1350 en de jaren die hierop volgden komen wij een bijzonder gegeven tegen. Jan Olout was abt van 1351 tot 1353, na dit korte abbatiaat wilden de graaf van Egmond en de Hertog van Gelre zich gaan bemoeien met de komende Abtskeuze om zo hun politieke wil op te leggen aan de kloostergemeenschap. Van deze plannen op de hoogte gesteld kwamen de monniken voor het keuze kapittel bijeen en kozen de afgetreden Abt Willem van Rolant opnieuw tot Abt. Bij aankomst van de afgezanten van de Graaf en de Hertog konden zij niets anders doen dan onverrichterzake terug te keren naar hun opdrachtgevers.

Toen na 26 dagen de rust weder gekeerd was riep de Abt zijn kiezers bijeen en deed in tegenwoordigheid opnieuw afstand van zijn waardigheid. Hij trok zich vervolgens weer terug in zijn huis op het kloosterterrein.

Een laatste voorbeeld dat ik wil aanhalen is de volgende. Bij de oprichting van het bisdom Haarlem in 1559 werd bepaald dat na het sterven van de dan zittende Abt de nieuwe Bisschop de abdij als persoonlijk tafelgoed zou krijgen om zo in zijn levensonderhoud te voorzien. In 1561 was dit moment gekomen en de 1e bisschop van Haarlem werd Nicolaas van Nieuwland. Zijn pontificaat was turbulent en na 9 jaren abdiceerde hij. Zijn opvolger werd Godfried van Mierlo. Deze werd bij zijn bisschopswijding automatisch Abt van Egmond. Het bijzonderste aan deze Abt-Bisschop was wel het feit dat hij als Dominicaan Abt werd van een Benedictijner Abdij!

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 5

Egmond in de 2e wereldoorlog.

Beste lezer,

Deze blog wijkt af van de serie die ik aan het schrijven ben. In het kader van 75 jaar bevrijding zal deze blog gaan over ons klooster en de kloosterlingen in de 2e wereldoorlog.

Na het binnenvallen door de Duitsers en de capitulatie van Nederland veranderd er in de Priorij van Egmond niet zoveel, zo meld ons de kroniek van Egmond. In het voorjaar van 1941 komen de nieuwe koorbanken, naar een ontwerp van architect Kropholler gereed. Ook kwam de nieuwe boerderij welke gebouwd werd door werklozen uit het werklozenkamp “Vredestein” gereed. “Vredestein” wordt op 12 april gesloten. In deze eerste jaren loopt het klooster diverse keren schade op door het inslaan van bommen. Toen in 1942 in Nederland massaal de klokken werden gevorderd werd de luidklok van de kloosterkapel voor de veiligheid opgeborgen. In November 1942 moesten de monniken op last van de Duitsers evacueren. Ik zie met verbazing op oude foto’s dat werkelijk alles werd meegenomen. Potten en pannen, bedden en kasten en tafels, en het complete koorgestoelte wordt op een vrachtwagen geladen om vervolgens door een vrachtschuit verder vervoerd te worden. De bibliotheek wordt gedurende de oorlog veilig ondergebracht in Heiloo.

De eerste bestemming van de evacuees is kasteel Huize Bingerden bij Doesburg, dit door tussenkomst van Pastoor A.C. Uijterwaal de pastoor van Doesburg. Hier zal het kloosterleven zijn doorgang kennen tot september 1944 de broeders worden verjaagd door de Duitsers en het huis verwoest wordt. Door dezelfde pastoor krijgen ze onderdak in Doesburg in een verlaten kostschool. De broeders maken hier op 16 april 1945 de bevrijding mee. De communiteit verblijft tot de algehele bevrijding op 5 mei op het kasteel Slangenburg bij Doetinchem. In dit kasteel word na de oorlog ons zusterklooster de Willibrord abdij gesticht.

De Duitse soldaten die tijdens de oorlog op de priorij verbleven vertrokken op 15 mei uit het dorp. Dankzij de inzet van een grote groep dames uit het dorp werd in de tijd die hierop volgde het klooster grondig schoongemaakt. In Augustus komt ook de bibliotheek terug en wordt weer ingericht. In december 1945 vermeldt de kroniek een serenade door de fanfare bij gelegenheid van de terugkeer van de communiteit.

Bij de evacuatie van de communiteit in 1942 vertrokken niet alle monniken. Drie paters en twee broeders bleven in Egmond achter en maakten gebruik van enkele kamers in het klooster. Op 16 Februari 1943 worden de vijf broeders uit het klooster gezet toen het gevorderd werd door de Duitsers. De broeders woonden vervolgens op de oude boerderij tot ze op 18 maart ook hieruit verdreven werden. De nieuwe boerderij werd door de Duitsers als stal voor hun paarden in gebruik genomen.

De rest van de oorlog wonen de vijf monniken in huize St. Jozef aan het begin van de oprijlaan. Dit was hun kleine woning tot aan de bevrijding. De naast het huis gelegen varkensstal werd omgebouwd tot kapel waar de broeders de getijden baden en de H. Mis vierden.

Deze kleine kapel staat nog steeds naast het huis aan het begin van de oprijlaan, schuin tegenover het monument ter nagedachtenis van de gesneuvelden van deze oorlog.

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 4

Tot Abdij verheven.

Beste lezer,

Vandaag wil ik u meenemen naar het jaar 950, het jaar dat het klooster in Egmond tot abdij werd verheven. In de 10e eeuw was het erg onrustig in de kustgebieden door de herhaaldelijk invallen van de Noormannen. Meerdere keren zijn de kapel op het graf en het klooster van de zusters door brand aangetast. Graaf Dirk II nam het besluit om een stenen kerk te bouwen die met zijn zware torens en smalle vensters bijna onneembaar zou zijn. De zusters die tot dit moment in het houten klooster wonen worden naar het veiliger Bennebroek overgeplaatst en er werden Monniken aangetrokken vanuit Gent.

De veiligheid was niet het enige motief dat de Graaf had bij de stichting van de abdij. Het prestige van het snel opkomende Gravenhuis eiste ook een monument dat een waardige uitdrukking zou zijn van zijn groeiende macht. Net als andere vorstenhuizen zou ook Holland een waardig monument krijgen dat tegelijkertijd diende als praalgraf voor de gestorven leden van het Gravenhuis en waar ten eeuwigen dage met getijden en diensten voor hun nagedachtenis werd gebeden. Op deze manier moest het Hollandse Gravenhuis een roemrijk graf bezitten, bij het lichaam van Sint Adelbert.

De stichting van de abdij werd bekroond met een belangrijke schenking aan landgoederen, waardoor het dagelijks onderhoud van de monniken kon warden verzekerd. De graaf stelde het klooster in opdat de monniken vrij zouden zijn voor God, Deo Vacare constituit. Ook in onze tijd wordt dit nagestreefd , de huidige abdij heeft als wapenspreuk Deo Vacare. Zo vind de wens van de stichter zelfs na zoveel eeuwen gehoor.

De keuze voor monniken uit Gent was niet een willekeurige keus. In de zuidelijke Nederlanden werd door de Graaf van Vlaanderen een aanvang gemaakt met de hervormingen van de kloosters in zijn bezit. Onder de bezielende leiding van Gerard van Brogne werd al spoedig tot in Frankrijk en Engeland de hervorming en restauratie van verschillende kloosters opgenomen.
Door de verwantschap tussen het Hollandse Gravenhuis en het Vlaamse Gravenhuis was het voor Graaf Dirk II mogelijk om ons klooster bij deze hervormings- en restauratiegolf aan te sluiten.

De band met de St. Baafsabdij in Gent blijkt ook uit feesten van Heiligen die hier vereerd werden en oorspronkelijk in Gent gevierd werden. Op het Altaar retabel dat bij de stichting geschonken werd door het gravenpaar stond ook St. Bavo afgebeeld. Deze Bavo was de Patroonheilige van de abdij in Gent.
Met de eerste monniken en de verheffing tot Abdij komen wij ook Wonoboldus tegen als eerste Abt van Egmond. Over de eerste Abten zal ik u in de volgende blog berichten.

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 3

Het eerste klooster.

Beste lezer,

Vandaag kijken we naar het eerste klooster dat hier in Egmond gesticht is.

In de Abdijtuin is de plek aan te wijzen waar de eerste stenen Abdijkerk gestaan heeft. De muren zijn aangegeven door lariks-hagen. Twee grafstenen geven de begraafplaatsen aan van Graaf Floris I en de Gravinnen Thetburga en Othilde binnen de eerste kerk. Op deze plek is ook de plaats aan te wijzen waar het allereerste klooster heeft gestaan. Dit klooster was een houten huis met een afgescheiden kapel. In dit klooster dat was gesticht door Dirk I Graaf van Holland en werd bewoond door zusters werd gebeden voor de stichters.

Wij weten de plaats van dit klooster vrij nauwkeurig omdat de stichter van dit klooster met zijn vrouw in de houten kapel werden begraven. Bij de bouw van de eerste stenen Abdijkerk werd dit graf binnen de nieuwe kerk opgenomen en kwam in het koor voor het zijaltaar te liggen. Dit klooster werd bewoond door zusters, zoals ik al eerder vermelde. Een van de zusters, Wilfsit genaamd, kreeg omtrent 922 tot drie keer toe een visioen van een man die haar vroeg om zijn gebeente op te graven en het over te brengen naar het klooster. Na de Graaf en de Bisschop van Utrecht geïnformeerd te hebben werd op 15 juni 922 het graf van Adelbert geopend om zijn lichaam naar het klooster over te brengen. In het levensverhaal van Sint Adelbert dat in opdracht van de Aartsbisschop van Trier, een zoon van Graaf Dirk II, op schrift werd gesteld lezen wij het volgende:

“Bij die gelegenheid is er onder de grafkist een bron gevonden met wonderlijk helder en doorzichtig water, die tot op de huidige dag het vermogen heeft behouden velen te genezen die de hoop eigenlijk al hadden opgegeven. En toen men ook de kist hadden geopend, kon men zien dat de wade waarin het heilige lichaam was gewikkeld niet was aangetast door enig bederf en verrotting: hieruit bleek de levenskracht van de overledene”

Zo werd het lichaam van Sint Adelbert overgebracht naar het klooster van de zusters en daar in de kapel geplaatst. De lijkwade werd als reliek in de kapel boven het graf van Sint Adelbert bewaard. Het klooster werd volgens het leven van Sint Adelbert enkele keren verwoest waarbij ook de relieken door brand werden aangetast. Dit is nog duidelijk te zien aan de relieken die bewaard worden in het hoogaltaar in de huidige Abdijkerk.

Bij archeologisch onderzoek zijn ook brandsporen ontdekt die terug te voeren zijn tot het houten klooster. Door de invallen van de Noormannen was de veiligheid van de zusters niet langer zeker. Graaf dirk II liet rond 950 de zusters verhuizen naar een klooster in Bennebroek en plaatste in het klooster in Egmond monniken uit Gent. Het is ook in deze tijd dat het klooster tot abdij is verheven.

Hierop zal ik in de volgende blog ingaan.

Broeder Adelbert o.s.b

Deel 2

Sint Adelbert, Apostel van het Kennemerland.

L.S.
In het hoogaltaar van de Egmondse Abdijkerk rust het gebeente van Sint Adelbert de patroon van ons klooster. In deze blog wil ik met u terug gaan in de tijd, naar het jaar 690 om precies te zijn. Vanaf dit jaar zullen wij vertrekken om zodoende Adelbert wat beter te leren kennen.
Op een kleine boot op de uitgestrekte Noordzee zit een groep van 13 monniken en een schipper uit Ierland. Om precies te zijn uit het klooster Rath Melsigi. Het is een gemêleerd gezelschap en onder hen zijn Willibrord en Adelbert. Willibrord zal later aartsbisschop van de friezen worden, maar laten we ons eens richten op Adelbert. Hij is net als alle andere opvarenden een monnik maar zijn roepingsverhaal is wel heel bijzonder. De overlevering leert ons dat Adelbert de zoon en opvolger was van een van de koningen van Engeland. Deze prins verlangde er steeds meer naar om zich terug te trekken in het klooster om een monastiek leven te leiden. Op een gegeven dag deelt hij zijn verlangen met zijn vader en overhandigt hij zijn kroon aan hem om vervolgens te vertrekken naar het klooster Rath Melsigi.

Aan land gekomen gaat de groep missionarissen vlijtig aan het werk. Ze trekken rond en verkondigen het Evangelie, dopen mensen en stichten kerken. Een van de kerken die gesticht werden was de kerk in Heiloo, het is aan deze kerk dat Adelbert verbonden wordt. Dit Heilig Loo ( heilig bos) is de plaats van waaruit Adelbert werkt, waar hij de zielzorg uitoefent.
Niet ver van Heiloo ligt de plaats Hallum ( het huidige Egmond) en nog een kilometer verder ligt het dorp Egmond. Een mooi en rustig dorp aan de voet van de duinen een aantal huizen staan hier en in het grootste huis woont Eggo met wie Adelbert snel bevriend raakt. (Eggo is trouwens de oudst bekende Egmonder van wie wij de naam kennen.)

Op een bepaalde dag zit Adelbert bij het vuur in Eggo’s huis een appel te eten. En hij vertelt dat hij op reis zal gaan naar Engeland om zijn familie nog eens te bezoeken. Eggo wordt zeer bedroefd van dit nieuws en vraagt Adelbert de belofte te doen dat hij weerkomt. Adelbert gooit het klokhuis van zijn appel in het vuur en zegt “ zodra deze pitten vrucht dragen kom ik terug. Adelbert vertrekt naar zijn Vaderland en nog diezelfde nacht breekt er een brand uit die het hele huis verwoest. De tijd gaat voorbij, het huis wordt sterker opgebouwd en zie daar uit de as is een kleine appelboom opgekomen en op de dag dat de eerste appel aan dit boompje rijp is meert de boot met Adelbert aan. Adelbert blijft nu in de omgeving van Heiloo en Egmond als pastor werkzaam, hij ziet de kinderen die hij doopte opgroeien en zelfs hun kinderen mocht hij weer dopen. Het was goed leven in dit schone Kennemerland.

Rond 740 gaan Adelberts krachten langzaam achteruit, de jaren laten zich gelden, hij is een oude man geworden. In die laatste dagen van zijn leven neemt hij afscheid van iedereen en hij bereid zich voor op de ultieme ontmoeting met zijn Schepper. Langzaam glijdt hij uit dit leven weg en blaast zijn laatste adem uit.
De diepbedroefde dorpelingen begraven hem vlak buiten het huis van Eggo en bouwen op zijn graf een klein kerkje waar vele mensen komen bidden en genezing vinden.
Zo werd een Prins tot missionaris en apostel van Kennemerland.

Graag tot de volgende keer,
Broeder Adelbert o.s.b

Deel 1

Gegroet lezer,

Mijn naam is broeder Adelbert en ik ben monnik van deze abdij en ik mag met enige regelmaat een blog schrijven op deze plaats om het wel en wee van onze abdij te beschrijven van haar stichting tot aan vandaag de dag.

Met een onderbreking van 300 jaar is er bijna 1100 jaar monastiek leven geweest in Egmond, en deze monastieke geschiedenis heeft zijn sporen nagelaten in Egmond en dan specifiek op het terrein van de Abdij. Je kunt op sommige plaatsen in de tuin letterlijk geen spade in de grond steken of je vindt iets uit de middeleeuwen of de tijd daarna. Toegegeven het zijn kleine fragmenten maar toch.

Ons kennen van de oude abdij berust vooral op gedeeltelijke opgravingen en reconstructies aan de hand van schilderijen en etsen uit een latere tijd. Maar nu gaat dat waarschijnlijk veranderen!. De provincie Noord-Holland heeft voor de duur van drie jaar  toestemming gegeven  voor onderzoek met grondradar, sonar en andere apparatuur voor het hele abdijcomplex. Het is voor ons als Monniken ook een prachtig project om te volgen, want zeg nu zelf niet iedereen heeft een middeleeuwse abdij begraven in haar achtertuin. Het is nu voor het eerst dat er een volledig beeld wordt geschetst van de Abdij en haar bijgebouwen, weliswaar in de grond maar een compleet beeld.

Dit prachtige project is voor mij de aanleiding geweest om ook weer eens de bibliotheek in te duiken om mijn kennis van de geschiedenis van onze abdij bij te schaven. Een geschiedenis van monniken en wereldse heersers, van eerbiedwaardige abten en slechte abten, van veranderingen en tegenstand, van simpel klooster tot groot bolwerk van Humanisme en nog zoveel meer.

Ik wil u in deze blogs meenemen op een reis door de tijd. Ik wil u voorstellen aan bijzondere mensen uit onze geschiedenis. Ik wil u laten zien hoe de verhouding met de Heren van Egmond escaleert. Ik neem u mee naar het feest van Sint Adelbert in de 15e eeuw. Ik stel u voor aan Sint Adelbert zelf en we luisteren naar zijn verhaal. We zullen kennismaken met de zusters die de aanleiding waren voor de opgraving van de relieken van Sint Adelbert. We volgen de eerste broeders die hier neerstreken op verzoek van de graaf van Holland, die de Stichter is van ons Klooster, en zijn opvolgers die zoveel hebben gedaan voor onze abdij. Wij volgen het wel en wee van de bewoners van de abdij in het verre verleden maar ook in het nabije verleden, de paters en broeders die zich met zoveel overgave hebben ingezet voor de her stichting van de abdij in de jaren 30 van de vorige eeuw.

Ik hoop dat ik u iets van het fascinerende verleden mag vertellen zodat wij samen een reis kunnen maken door de mooie geschiedenis van onze Abdij.

Broeder Adelbert o.s.b

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie