Geen producten in je winkelmand.

Nieuws

Nieuwe website Janneke Krijger

Vele jaren verzorgde Janneke Krijger voor de abdij cursussen en retraites op het gebied van contemplatie en christelijke meditatie. Ze gaf o.a. stilte-meditaties, inleidingen en tekstlezingen aan vele geïnteresseerden. Zo vormde zich in de loop der jaren een groeiende groep vaste volgers die telkens weer vol dankbaarheid aan haar cursussen deel namen.  In de corona tijd kunnen er geen bijeenkomsten in de abdij plaatsvinden en Janneke voelde zich geroepen om een uitgebreid online programma samen te stellen om de spirituele honger van haar cursisten te stillen. Dit heeft geresulteerd in haar eigen praktijk ‘verbonden en geïnspireerd door de Benedictijnse spiritualiteit‘, genaamd Poustinia-online.

Deze praktijk blijkt erg succesvol en Janneke gaat hierin haar eigen weg, onafhankelijk van de abdij. Op die manier is zij vrij om de inhoud en organisatie van haar aanbod zelf te bepalen. Ook de abdij gaat verder met ontwikkeling van nieuwe wegen op het gebied van contemplatie en meditatie.  Wij wensen Janneke veel succes en danken haar voor de bewezen toewijding aan het bezinningsaanbod van de abdij. Graag verwijzen wij naar haar nieuwe website: www.poustinia-online.nl.  Hier vindt u meer informatie en een mooi verdiepend aanbod voor de komende tijd.

Eucharistische aanbidding

Om de eredienst niet te beperken tot het koorgebed en de eucharistie, kennen we in de abdij van Egmond ook stille aanbidding bij het uitgestelde sacrament op vrijdagavond om 19.00 uur, voorafgaand aan de completen, eens in de veertien dagen.

Paus Franciscus roept ons op om ons door het Allerheiligste te laten voeden opdat we “broederlijk onderling met elkaar verbonden zijn” en “samenwerken bij het opbouwen van de Kerk en van het goede in de wereld”. “Ga naar het Allerheiligste”, schrijft de paus “om als een kind met Hem te spreken, in stilte naar Hem te luisteren, en jezelf in vrede aan Hem toe te vertrouwen”.

Verwondering kan leiden tot aanbidding, zachtjes in jezelf. Soms kan het precies andersom dat je bij het lezen, zingen of overdenken van een loflied, verwondert raakt. Het ene maakt het andere los, maar meestal leidt het tot een intens doorleefd besef van aanwezig te zijn, te mogen bestaan ongeacht wie of wat je bent. Wat houdt het precies in stille aanbidding, waar komt het vandaan en hoe geef je invulling daaraan?

Van de brandende braamstruik tot Jeshua Ha Torah

Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de Heer, in een vuur dat opvlamde uit een braamstruik. Mozes keek toe en zag dat de braamstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde. Hij dacht: ‘Ik ga erop af om dat vreemde verschijnsel te onderzoeken. Hoe komt het dat die struik niet verbrandt?’ De Heer zag hem naderbij komen om te kijken. En vanuit de braamstruik riep God hem toe: ‘Mozes, Mozes.’ Hij antwoordde: ‘Hier ben ik.’ Toen sprak de Heer: ‘Kom niet dichterbij, doe je sandalen uit, want de plaats waar je staat is heilige grond.’ Hij vervolgde: ‘Ik ben de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God op te zien. (Ex. 3: 1–6)

Gods en de brandende braamstruik, Marc Chagall (1887-1985)

In het Oude Testament lezen we al over processies met de Ark van het Verbond ten tijde van koning David en van diens zoon Salomo (2 Sam. 6 en 1 Kon. 8). Nog steeds in de Joodse liturgie, op de dag na het Loofhuttenfeest wordt het slot van de Torah gelezen, en wordt er gelijk ook weer een nieuw begin gemaakt met Genesis. Die dag heet Simchát Torah, ‘Vreugde der Wet’. De vreugde wordt geuit door het dansen met de Torah in een feestelijke optocht door de synagoge of op straat.

In de synagoge kennen we de aron hakodesj, ‘heilige ark’, dit is de kast waarin de vijf Thorah rollen bewaard worden. Dit is terug te voeren tot de tempel in Jeruzalem. Het allerheiligste werd door een gordijn of voorhangsel afgescheiden van de rest van het tabernakel en mocht slechts één keer per jaar op Jom Kipoer, ‘de Grote Verzoendag’, worden bezocht door de hogepriester, waarbij hij een offer bracht ter vergeving van de zonden van het volk. Bij de heilige ark hangt een lamp die altijd brandt als teken van Gods aanwezigheid.

De apostel Paulus vraagt ons: ‘Stellen wij dan door ons geloof in de Messias de Torah buiten werking? Volstrekt niet, ja, veeleer bevestigen wij de Torah‘ (Rom. 3:31). De eerste christenen waren Messias belijdende Joden. Zij noemden Jezus: ‘Jeshua Ha Torah’. Hij zondigde immers niet; hij was volledig Torah getrouw en rechtvaardig. Hij is de vleesgeworden Torah. Jezus is dus de belichaming en bekroning van de Torah, die heilig, rechtvaardig en goed is.

Joodse gebruiken geopenbaard in de christelijke traditie

Pesach is in de eerste plaats het feest waarin de uittocht uit Egypte wordt herdacht. In Exodus 12 lezen we hoe God zelf dit Pascha (= voorbijgaan) instelde. Hoogtepunt van het feest is de maaltijd op de eerste avond, ter herinnering aan de maaltijd aan de vooravond van de uittocht van het volk Israël.

Het Laatste Avondmaal, Fra Angelico (1395-1455)

Tijdens een speciale Pesachmaaltijd waarin veel van de klassieke elementen van de Joodse sedermaaltijd zijn te herkennen, heeft Jezus, die door Paulus het Paaslam wordt genoemd (1 Kor. 5:7), de eucharistie ingesteld (Luc. 22:14-20).

Met Zijn discipelen om zich heen verklaarde Jezus: “Ik heb vurig begeerd dit Pascha met jullie te eten voor Ik ga lijden” (Luc. 22: 15). Hij onthulde in de verschillende onderdelen van de maaltijd het geheim van Gods verlossingsplan. Hij sprak over zijn lichaam, zijn bloed, over het Nieuwe Verbond en over zijn dood.

Aan tafel gezeten wordt van de drie matses die op de schotel liggen de middelste genomen en in tweeën gebroken. Het kleinste wordt teruggelegd op de schotel en het grootste wordt in een doek gelegd. Dat laatste stuk zal na de maaltijd gegeten worden als toespijs om de smaak van het feest zo lang mogelijk vast te houden. Dat de matse in twee stukken wordt gebroken is een teken dat we ons brood moeten delen met die talloze mensen die geen brood hebben.

Bij de instelling van de eucharistie op de sederavond sluit Jezus aan bij twee elementen: het brood der ellende en de beker van de dankzegging. Hij verdiept de betekenis ervan door te wijzen op de ellende waaruit Hij verlost en de dankbaarheid die de verlossing door Hem zal veroorzaken. Zijn volgelingen, de apostelen zullen voortaan niet alleen  denken aan de verlossing uit de slavernij uit Egypte, maar ook aan de bevrijding uit de gevangenis van de zonde. Die bevrijding wordt ontvangen door zijn lichaam en bloed. Daarom zegt hij: “Doe dit tot mijn gedachtenis.”

‘Om de smaak van het feest zo lang mogelijk vast te houden’ en de aanwezigheid van Christus in ons midden te vieren kennen we in de katholieke cultuur de sacraments-processie, ontstaan in de vroege middeleeuwen. Centraal in deze bidtocht is de door een priester gedragen geconsacreerde hostie in een monstrans. Het gaat er wellicht iets minder vrolijk aan toe dan bij het joodse Simchát Torah, maar is daarom niet minder vreugdevol want ‘het woord is vlees geworden’ (Joh. 1) en wordt vereerd in het heilige brood, Christus zelf geeft zich als geestelijk voedsel.

Processie langs de gracht, Abt Gerard Mathijsen; 2017. (foto: Gerard Adolfse)

Vaak worden de processies opgesierd met vaandels, heiligenbeelden, reliekhouders, het evangelieboek, vruchten van de oogst, muziekkorpsen, zingende mensen en bloemen strooiende kinderen. Het geheel verbeeldt het pelgrimerende godsvolk onderweg met Christus in hun midden. Hoe feestelijk is dat! Toch kennen we ook sinds de reformatie in de 16de eeuw de stille bidtochten omdat uiterlijk vertoon niet langer wenselijk werd geacht; denk aan de jaarlijkse Stille Omgang te Amsterdam. Deze vorm van processie is tot op de dag van vandaag bijzonder populair en spreekt ook veel jonge mensen aan, en heeft vaak een meer oecumenisch karakter.

Stille Omgang in Amsterdam; 2013 (foto: Sanne Derks)

Al in het vroege christendom bestond de praktijk om na de eucharistieviering het geconsacreerde brood mee te nemen naar huis voor zieken en stervenden. Het gehei-ligde brood werd met zorg omgeven, vereerd en aanbeden. De heilige abt Basilius de Grote (ca. 329-379) maakte er een gewoonte van om het geconsacreerde brood in drieën te breken. Een deel at hij zelf, een ander deel gaf hij aan de monniken terwijl hij een derde deel ter aanbidding plaatste in een gouden duivenbeeld boven het altaar.

Eucharistische Duif (19de eeuw), Limoges Frankrijk

Sinds de 13de eeuw kennen we in de Latijnse kerk Sacramentsdag, feest van het heilig lichaam en bloed van Christus, dat valt op de tweede donderdag na Pinksteren. Sindsdien is het uitgegroeid tot een van de populairste feesten binnen de kerk. Er wordt gevierd dat Christus Jezus zich in de gedaante van brood en wijn aan ons mensen wil geven als geestelijk voedsel. Jezus spreekt de woorden: “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Wie van dit brood eet zal leven in eeuwigheid” (Joh. 6: 41-51). Jezus zegt hiermee er te zijn voor jou, als eten en drinken, als hoop en troost, rust en onrust, je honger en dorst maar ook je verzadiging en je verlangen. 

Binnen de Benedictijnse traditie kennen we het gebruik om op verschillende momenten, verspreid over de dag, samen te komen in de kerk, om (met de woorden van sint Benedictus) het Opus Dei, ‘Werk Gods’ te vieren. Dit is het goddelijk officie of koorgebed. De aanwezigheid van Christus is daarbij wezenlijk. Wanneer een monnik of moniaal zijn of haar psalmenboek opent, geschiedt dat in de verwachting het gelaat van Christus zelf te zien. Zo ook tijdens de viering van de eucharistie wanneer we de tegenwoordigheid van Christus vieren in het breken en delen van het brood en het drinken van de wijn.

Aanbidding in de OLV Abdij te Oosterhout. (foto: Ramon Mangold)

De eucharistische aanbidding is zo verweven met de monastieke traditie dat we sinds de 17de eeuw zelfs contemplatieve kloosters van Benedictinessen kennen die zich toeleggen op de altijddurende aanbidding van het heilig sacrament. Door hun praktijk van altijddurende aanbidding heeft de stille aanbidding een enorme boost gekregen in het westen en hebben de Benedictinessen zo hun eigen accent gelegd binnen de benedictijnse spiritualiteit.

In het lijdensverhaal van Jezus lezen we dat op het moment dat Jezus sterft aan het kruis, het voorhangsel van de tempel te Jeruzalem in tweeën scheurt, van boven tot beneden (Mat. 27: 50-51). De scheuring van het voorhangsel symboliseert bovenal op een heel dramatische wijze dat zijn offergave, het vergieten van zijn eigen bloed, een liefdegave tot de dood is voor het heil van alle mensen.

Iedere dag is de abdijkerk van Egmond geopend, dan is ook de sacramentskapel te bezoeken om te verpozen in stil gebed bij het tabernakel. De stilte onder de aanbidding van het heilig sacrament is geen doodse stilte. Het is aanwezig zijn bij de Heer, bij mensen die men wil gedenken, bij de kern van ons biddende hart, bij de Geest die in ons bidt. Ook hier brandt bij het tabernakel dag en nacht een lamp om te verwijzen naar Christus aanwezigheid.

Tabernakel in sacramentskapel Abdij van Egmond

Stille aanbidding indachtig

“Als we in aanbidding naar de hostie kijken, ontmoeten wij de gave van Gods liefde, ontmoeten wij het lijden en het kruis van Jezus evenals zijn verrijzenis. Het is juist door onze blik van aanbidding dat de Heer ons tot hem trekt in zijn mysterie, om ons om te vormen zoals hij brood en wijn omvormt”. Paus Benedictus XVI, 2010

Kijk met de ogen van een gelovige, gefocust op dat stukje brood, en je ziet een heel andere werkelijkheid dan dat je ‘gezonde verstand’ je laat zien. Doe net als Mozes bij de brandende braamstruik en laat je verwondering toe en ga op onderzoek uit, weet je geroepen en antwoord enkel maar ‘Hier ben ik’.

Aanbidding gebeurt in stilte en stimuleert tot ontvankelijkheid. Met de aanwezigen deel je de gerichtheid op Christus. Je kunt een evangelietekst overwegen, de rozenkrans bidden, maar ook gewoon aanwezig zijn en kijken of luisteren in een houding van liefde en dankbaarheid of stil gebed. Het is een antwoord op de vraag van Jezus: “Kunt gij één uur met mij waken?” (Mat. 26: 40).

De aanbidding wordt beëindigd met de gezongen, aan Thomas van Aquino (± 1225-1274)  toegeschreven, hymne Tantum Ergo.

Tantum ergo Sacramentum                                    Laten wij dan, diep gebogen,

Veneremur cernui,                                                   Prijzen ’t grote Sacrament:

Et antiquum documentum                                      Dat de oude wetten wijken

Novo cedat ritui:                                                       Voor het nieuwe Testament.

Præstet fides supplementum                                 Geve het geloof inzicht,

Sensuum defectui.                                                   Waar het zintuig niets herkent.

Tot slot gaat de priester of diaken naar het altaar, neemt de monstrans en maakt daarmee een kruisteken over de aanwezigen. De priester zegent in stilte.

Je bent van harte welkom bij de aanbidding op vrijdagavond in de Abdijkerk!

 

 

Preek broeder Gerard 24 januari 2021

3e zondag door het jaar B Marcus 1, 14-20     2021

De vorige zondag hoorden we het verhaal van de roeping van de kleine Samuel, en in het Johannes evangelie van de eerste leerlingen van Jezus. Ook vandaag horen we weer een roepingsverhaal. Maar het accent ligt anders. De vorige week waren de leerlingen van Johannes de Doper gefascineerd door Jezus. Zij verlangden te weten waar Hij verblijf hield, zij wilden met Hem zijn. Zij erkenden in Hem de Messias. En de kleine Samuel in de eerste lezing van de vorige week had geen ander verlangen dan in het Godshuis te vertoeven en daar dienstbaar te zijn.

In de lezingen van vandaag wordt in het licht gesteld waartoe ieder wordt geroepen.

In het evangelie zijn het dezelfde namen als de vorige week waarvan sprake is: Andreas en Simon, maar in een andere contekst. In het Johannesevangelie vinden wij hen in de omgeving van Johannes de Doper. Andreas was een leerling van de Doper, en werd door deze naar de Heer verwezen: ‘zie het Lam Gods’. In het Marcusevangelie, waaruit wij vandaag horen, worden de eerste leerlingen weggeroepen uit hun beroep van visser. Maar zij worden daarin ook weer bevestigd: ‘Ik zal mensenvissers van jullie maken.’ Mensenvissers: niet om daarvan zelf beter te worden, om de buit binnen te halen. Nee, om mensen over te brengen van de dood naar het leven. Jezus brengt genezing en uitkomst, Hij wil mensen gelukkig maken, en heeft daarbij helpers nodig. De vissen die de geroepenen zullen vangen mogen blijven leven, zij worden uit de wateren des doods opgevist om overgebracht te worden in de grote stroom van levend water. Daartoe roept Jezus zijn leerlingen. En zij worden geroepen om Hem te volgen om daarin door Hem gevormd te worden. ‘Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt’. In zijn nabijheid leren zij de intenties van God te verstaan, leren zij beseffen dat God wil dat de mens leeft.

Het boek Jona is een prachtig getuigenis dat die boodschap van Jezus niet revolutionair is in de openbaringsgeschiedenis van Israel. Het vertelt ons hoe God ook in de openbaring van het eerste testament het heil wil voor alle mensen, en dat zijn profeet duidelijk maakte, helemaal tegen diens zin. Jona krijgt een zending van heil tegen wil en dank, tegen heug en meug. Jona beseft heel goed welke opdracht hij van God krijgt: Hij wordt geroepen om heidenen en zondaars tot bekering en leven te brengen. Maar hij heeft er geen zin in. Eerst vlucht hij voor zijn boodschap weg. Als hij door overmacht toch gedwongen wordt zijn missie te volbrengen doet hij dat op de meest onaantrekkelijke wijze. Wat een verschil tussen zijn woorden en die van Jezus: de Heer predikt: ‘De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij. Bekeert u en gelooft in de blijde boodschap’. Jona is een onheilsprofeet: ‘Nog veertig dagen en Ninive zal vergaan.’ Hij laat geen hoop, hij biedt geen uitzicht. Maar gelukkig: de mensen van Ninive blijken toch gevoelig voor zijn boodschap, zij worden blijkbaar bewogen door de goede geest. Die zet hen aan tot boete, vanuit het vertrouwen dat God zich daardoor zal laten bewegen. Het boek Jona is een getuigenis van geloof in de God van Israël als een God van mededogen en vol menslievendheid, die wil dat alle mensen redding en genezing vinden.

Zusters en broeders, moge het ook ons gegeven zijn te getuigen van Gods mensenliefde.

Jona was profeet tegen wil en dank, tegen heug en meug. De Heer gebruikte hem als instrument van zijn menslievendheid om de Ninivieten te redden.

Moge Hij in zijn menslievendheid ook vandaag Kerk en wereld genadig zijn en zijn instrumenten kiezen en toerusten. Kort geleden las ik de biografie van Kardinaal Willebrands, een leven in dienst van de eenheid. Wat heeft die man zich met stugge volharding, eindeloos geduld, met grote tact en bewogen door een diepe liefde voor de kerk ingezet voor de eenheid. Zulke mensen hebben wij ook nu en in de toekomst nodig. Laten we daarvoor bidden.

Maar ook heeft de samenleving letterlijk nood aan mensenvissers, die voorkomen dat de Middellandse zee een ten hemel schreiend kerkhof wordt van mannen, vrouwen en kinderen, op de vlucht voor ellende en oorlog, vervolging en honger, die door de Europese landen de deur wordt gewezen. Die tegen alle mensenrechten en europese verdragen in aan hun lot worden overgelaten. Inderdaad, die stroom van vreemdelingen brengt de welvaart in onze landen in de problemen. Daarvoor zullen we samen een oplossing moeten zoeken. Als we dat weigeren, zoals Jona aanvankelijk, dan zal de toekomst daarvoor een rekening presenteren die meer zal kosten en pijnlijker zal uitwerken. Wij geloven in een God die ons allen redden wil, die ons zijn liefde heeft getoond in Jezus, zijn Zoon. Je hoort dikwijls: ja maar God grijpt niet in. Hoe kan Hij dit allemal laten gebeuren? God heeft ingegrepen door ons zijn Zoon te  zenden. En die heeft zijn volgelingen hun missie gegeven. Wij gelovigen zijn de handen van God in deze wereld. Moge zijn Geest ons bezielen, geloof geven in zijn leiding en toekomst, en aanzetten tot daden van menslievendheid.

De orgels van de abdij

Hoe is het orgel ontstaan?


Jan van Covelens-orgel uit 1511

oudst bespeelbare orgel van Nederland,
Grote- of Sint-Laurenskerk te Alkmaar
In de meeste kerken in Nederland staat nog steeds het orgel centraal als de begeleider van de kerkzang. Maar zo vanzelfsprekend als dat lijkt is het niet. Waar komt het orgel eigenlijk vandaan?

Het orgel is een, vaak, kolossaal toetsinstrument waarin geluid ontstaat als lucht door metalen pijpen wordt geperst. Met de toetsen bespeelt de organist een grote verzameling pijpen van verschillende grootte, waar lucht doorheen wordt geperst. De pijpen zijn verdeeld over verschillende ‘registers’, op basis van klankkleur. Deze registers kunnen apart in- of uitgeschakeld worden, waardoor er veel verschillende geluiden mogelijk zijn. Het pijporgel, het bekendste lid van de orgelfamilie, is vaak in kerken te vinden. (meer…)

Nieuwsbrief

 
 
 
 
 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden