Nieuws

Lees hier Laudate Deum !!

Paus Franciscus publiceerde op 4 oktober Laudate Deum, een actualisering van de milieu-encycliek Laudate Si. Laudate Deum is Latijn voor ‘Prijs God’. Dit sluit aan bij de betekenis van Laudato Si‘ wat ‘Geprezen zijt Gij’ betekent. Geïnspireerd door de urgente en inspirerende boodschap van Paus Franciscus  hebben de broeders deze exhortatie vertaald naar het Nederlands. We moedigen iedereen aan het document te delen en te bidden voor onze aarde inclusief al haar bewoners.

 

Lees hier de Nederlandse vertaling

Allerzielen 2023

‘Nooit voorbij’

De Abdij van Egmond en het Hospice van Egmond aan Zee nodigen u uit voor de viering van Allerzielen op vrijdag 27 oktober a.s. Deze viering is om 19.00 uur in de abdijkerk. Gastspreker is Marinus van den Berg en hij zal spreken over het thema van deze viering ‘Nooit voorbij’. De abt en Els Rosenmöller nodigen u uit de namen van uw dierbare overledenen op te geven, zodat die namen in de dienst genoemd kunnen worden bij het aansteken van de kaarsjes. U kunt dit telefonisch doen naar 072 – 5061415 of via de mail info@abdijvanegmond.nl;

Voorafgaand aan de viering, vanaf 18.00 uur, kunt u een kopje koffie of thee drinken in de Benedictushof, Vennewatersweg 27 A, 1935 AR. Daar is ook een ruim parkeerterrein.Vandaar loopt u langs de winkel naar de abdijkerk. Na afloop kunt u nog napraten in de Benedictushof. De toegang is gratis inclusief de koffie/thee.

Allerzielen 2023

‘Nooit voorbij’

De Abdij van Egmond en het Hospice van Egmond aan Zee nodigen u uit voor de viering van Allerzielen op vrijdag 27 oktober 2023. Deze viering is om 19:00 uur in de abdijkerk. Gastspreker is Marinus van den Berg en hij zal spreken over het thema van deze viering ‘Nooit voorbij’. De abt en Els Rosenmöller nodigen u uit de namen van uw dierbare overledenen op te geven, zodat die namen in de dienst genoemd kunnen worden bij het aansteken van de kaarsjes. U kunt dit telefonisch doen naar 072 – 5061415 of via de mail info@abdijvanegmond.nl;

Voorafgaand aan de viering, vanaf 18.00 uur, kunt u een kopje koffie of thee drinken in de Benedictushof, Vennewatersweg 27 A, 1935 AR. Daar is ook een ruim parkeerterrein.Vandaar loopt u langs de winkel naar de abdijkerk. Na afloop kunt u nog napraten in de Benedictushof. De toegang is gratis inclusief de koffie/thee.

De 6 meditaties van T. Radcliffe

In aanloop op de Synode hield Timothy Radcliffe een zestal meditaties ter voorbereiding. Abt Gerard en Abt Thijs bogen zich over de teksten om ze te vertalen. We zijn iedereen dankbaar voor de enthousiaste reacties. Hier vindt u alle 6 de meditaties achter elkaar om te downloaden en rustig na te lezen.

PAX!

 

Download hier de PDF

Kijk terug! Samuel Goyvaerts over huisliturgie

Dinsdag 19 september gaf Samuel Goyvaerts een lezing over Liturgie in kleine kring. Voor iedereen die er graag bij had willen zijn, of het nog eens wil beluisteren delen we de video van deze lezing. De broeders bedanken Samuel Goyvaerts voor de inspirerende lezing!

 

 

Conferentie T. Radcliffe (deel 6)

In aanloop op de synode heeft Timothy Radcliffe een aantal conferenties gegeven. Bij deze delen we met jullie de vertaling van Abt Thijs en Gerard Mathijsen het 6e en laatste deel. Dank voor alle reacties en aanmoediging om te blijven vertalen. Voelt u vrij om de teksten delen en door te sturen. De broeders wensen iedereen veel goeds en vragen jullie om gebed voor de synode.

PAX!

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5.

 

De Geest van Waarheid

 

De discipelen zien de heerlijkheid van de Heer en het getuigenis van Mozes en Elia. Nu durven ze de berg af te gaan en naar Jeruzalem te lopen. In het evangelie van vandaag (Lucas 9. 51 – 56) zien we hen onderweg. Ze ontmoeten de Samaritanen die zich tegen hen keren omdat ze naar Jeruzalem gaan. De onmiddellijke reactie van de discipelen is dat ze vuur uit de hemel willen laten neerdalen om hen te vernietigen. Ze hebben immers net Elia gezien en zo behandelde hij de profeten van Baäl! Maar de Heer berispt hen. Ze hebben nog steeds de richting niet begrepen waarlangs de Heer hen wil leiden.

In de komende drie weken kunnen we in de verleiding komen om vuur uit de hemel af te roepen over de mensen met wie we het oneens zijn!  Onze samenleving is vervuld van brandende woede. De Heer roept ons op om zulke destructieve neigingen uit onze samenkomst te bannen.

Die heftige woede komt voort uit angst, maar er is geen reden tot angst. De Heer heeft de Heilige Geest beloofd die ons in alle waarheid zal leiden. In de nacht voor Zijn dood zei Jezus: “Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet verdragen. Wanneer de Geest van de waarheid komt, zal Hij jullie in alle waarheid leiden; want Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort, en Hij zal jullie verkondigen wat komen gaat’ (Johannes 16, 12-13).

Welke conflicten we onderweg ook hebben, dit weten we zeker: de Geest van de waarheid leidt ons in alle waarheid. Maar gemakkelijk zal het niet zijn. Jezus waarschuwt de leerlingen: ‘Ik heb jullie nog veel te zeggen, maar jullie kunnen het nu niet verdragen.’  Petrus kon het in Caesarea Filippi niet verdragen te horen dat Jezus moest lijden en sterven. Op de laatste avond voor de dood van Jezus kon Petrus de waarheid niet verdragen dat hij Jezus zou verloochenen. In de waarheid geleid worden betekent dingen horen die ons niet smaken.

Welke zijn de waarheden die we vandaag de dag moeilijk onder ogen kunnen zien? Het is heel pijnlijk geweest om de omvang van seksueel misbruik en corruptie in de kerk onder ogen te moeten zien. Het leek wel een nachtmerrie waaruit je hoopt te ontwaken. Maar als we deze beschamende waarheid onder ogen durven zien, zal de waarheid ons bevrijden. Jezus belooft dat ‘jullie pijn zullen hebben, maar jullie pijn zal veranderen in vreugde’ (vers 20), zoals bij de barensweeën van een vrouw. Deze dagen van de synode zullen soms pijnlijk zijn, maar als we ons laten leiden door de Geest, zullen dit de geboortepijnen zijn van een herboren Kerk.

Dit is ons getuigenis voor een samenleving die ook vlucht voor de waarheid. De dichter T.S. Eliot zei: ‘Het menselijke ras kan niet veel realiteit verdragen[1]’. We stevenen af op een ecologische catastrofe, maar onze politieke leiders doen meestal alsof er niets aan de hand is. Onze wereld wordt gekruisigd door armoede en geweld, maar de rijke landen willen geen oog hebben voor de miljoenen  mensen, onze broeders en zusters die lijden en op zoek zijn naar een thuis.

De westerse samenleving is bang om de waarheid onder ogen te zien dat we kwetsbare sterfelijke wezens zijn, mannen en vrouwen van vlees en bloed. We ontvluchten de waarheid van ons lichamelijk bestaan en doen alsof we zelf gewoon onze identiteit kunnen bepalen zoals we willen, alsof we louter geesten zijn. De vernietigingscultuur houdt in dat mensen met wie we het oneens zijn het zwijgen moet worden opgelegd, dat zij geen platform krijgen, net zoals de discipelen vuur wilden afroepen over de Samaritanen die Jezus niet verwelkomden. Wat zijn de pijnlijke waarheden die onze broeders en zusters van de continenten vrezen onder ogen te zien? Het is niet aan mij om dat te zeggen.

Als we eerlijk durven zijn over wie we zijn: sterfelijke, kwetsbare mensen en broeders en zusters in een Kerk die altijd heroïsch en  tevens corrupt is geweest, zullen we met gezag spreken tot een wereld die nog steeds hunkert naar waarheid, zelfs als ze vreest dat die onbereikbaar is. Hiervoor is moed nodig, wat voor Aquino fortitudo mentis was, de kracht van de geest om de dingen te zien zoals ze zijn, om in de echte wereld te leven. De dichteres Maya Angelou zei: “Moed is de belangrijkste van alle deugden, want zonder moed kun je geen enkele andere deugd consequent beoefenen[2].

Toen de heilige Oscar Romero terugkeerde naar El Salvador, zei een immigratieambtenaar: ‘Daar gaat de waarheid.’ Hij was eerlijk in het aangezicht van de dood. Zittend op een bankje vroeg Romero aan een vriend of hij bang was om te sterven. De vriend zei van niet. Romero antwoordde: ‘Maar ik wel. Ik ben bang om te sterven.’ Het was deze oprechtheid die zijn martelaarschap zo mooi maakte. Sinds hij naar het verminkte lichaam van zijn jezuïetenvriend Rutilio had gekeken, wist hij wat hem te wachten stond. Toen hij de dood van een martelaar ondergaan had, bleek zijn lichaam bedekt te zijn met zweet. Het lijkt erop dat hij de man had gezien die op het punt stond hem te doden, en dat hij niet weg liep.

In die laatste nacht waarschuwde Jezus zijn discipelen dat als ze bij hem, de ware wijnstok, wilden horen ze gesnoeid zouden worden om meer vrucht te dragen.  In deze synode kunnen we het gevoel hebben dat we gesnoeid worden! Zodat we meer vrucht dragen. Dit kan betekenen dat we worden gesnoeid van illusies en vooroordelen die we over elkaar hebben, gesnoeid van onze angsten en bekrompen ideologieën. Gesnoeid van onze trots.

Een van mijn jonge broeders moedigde me aan om op dit punt persoonlijk te spreken, hoewel ik aarzel om dat te doen. Een paar jaar geleden had ik een zware operatie voor kaakkanker. Het duurde zeventien uur. Ik lag vijf weken in het ziekenhuis en kon niet eten of drinken. Ik was vaak in de war over waar ik was en wie ik was. Ik was ontdaan van mijn waardigheid en volledig afhankelijk van andere mensen voor zelfs de meest basale behoeften. Het was een verschrikkelijke snoeibeurt. Het was ook een zegen. In die situatie van hulpeloosheid kon ik geen aanspraak maken op belangrijkheid, geen prestaties leveren. Ik was gewoon de zoveelste zieke in een bed op de afdeling met niets om te geven. Ik kon niet eens bidden. Toen werden mijn ogen een beetje meer geopend voor de volkomen gratuite, onverdiende liefde van de Heer. Ik kon niets doen om het te verdienen en het was geweldig dat ik dat niet hoefde te doen.

De Geest is in ieder van ons en leidt ons samen naar alle waarheid. Ik werd gewijd door de grote bisschop Butler, de enige persoon in het Tweede Vaticaans Concilie die perfect Ciceroniaans Latijn sprak! Hij zei graag ‘Laten we niet bang zijn dat de waarheid de waarheid in gevaar kan brengen[3]’. Als wat een ander zegt inderdaad waar is, kan het de waarheid die ik koester niet bedreigen. Ik moet mijn hart en geest openen voor de wijde ruimte van de goddelijke waarheid. Als ik geloof dat wat de ander zegt niet waar is, moet ik dat natuurlijk zeggen, met gepaste nederigheid. Het Duits kent het mooie woord Zwischenraum. Als ik het goed begrijp, betekent het dat de volheid van de waarheid zich in de ruimte tussen ons bevindt terwijl we praten. Gods mysterie wordt altijd geopenbaard in lege ruimtes, van de lege ruimte tussen de vleugels van de cherubs op de ark van het verbond tot het lege graf.

De botsing van schijnbaar onverenigbare waarheden kan pijnlijk zijn en tot boosheid leiden. Denk aan Paulus’ verslag van zijn conflict met Petrus in Antiochië, zoals verteld in de Brief aan de Galaten: ‘Toen Kefas naar Antiochië kwam, heb ik hem in zijn gezicht weerstaan! (2.11). Maar ze gaven elkaar de rechterhand van collegialiteit en de Heilige Stoel ziet beiden als stichters! Ze werden verenigd in de dood als martelaren.

We moeten manieren zoeken om de waarheid te spreken zodat de ander deze kan horen zonder zich afgebroken te voelen. Denk aan de ontmoeting van Petrus met Jezus op het strand, in Johannes hoofdstuk 21. Op de laatste avond voor Jezus’ dood had Petrus gepocht dat hij de Heer meer liefhad dan alle anderen. Maar kort daarna verloochende hij de Heer drie keer, het meest beschamende moment in zijn leven. Daar op het strand spijkert Jezus hem niet vast op zijn falen. Hij vraagt drie keer zachtjes, misschien met een glimlach: ‘Heb je Mij meer lief dan die anderen? Met onmetelijke zachtheid helpt Hij Petrus drie keer om zijn drievoudige verloochening ongedaan te maken. Hij daagt hem uit om de waarheid onder ogen te zien met alle tederheid van liefde. Kunnen wij elkaar uitdagen met zo’n zachtmoedige waarachtigheid?

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson geeft goed advies:

Vertel alle waarheid maar vertel het door er een draai aan te geven – Succes in Circuit lies

Vergeef me dat ik poëzie citeer. Het kan zo moeilijk te vertalen zijn. Haar punt is dat de waarheid soms het krachtigst wordt verteld als dat indirect gebeurt, zodat de ander het kan horen. Als je iemand vertelt dat hij een patriarchale dinosaurus is, zal dit hem waarschijnlijk niet helpen! Natuurlijk zal het soms toch pijnlijk zijn. Maar paus Franciscus zei: ‘Spreek de waarheid, ook als dat ongemakkelijk is[4].’

Dit zal van ons allemaal een zeker verlies van controle vragen. Jezus zegt tegen Petrus: ‘Ik zeg je naar waarheid, toen je jong was, maakte je je eigen riem vast en ging je waar je maar wilde. Maar als je oud wordt, zul je je handen uitstrekken en iemand anders zal een riem om je heen doen en je brengen waar je niet heen wilt. Hij zei dit om de soort dood aan te geven waarmee hij God zou verheerlijken’ (Johannes 21,18).

Als de synode meer de dynamiek van een gebed heeft dan van een parlement, zal het van ons allemaal een soort loslaten van controle vragen, zelfs een soort sterven. God God laten zijn. In Evangelii Gaudium schreef de Heilige Vader: “Er is geen grotere vrijheid dan zich te laten leiden door de Heilige Geest, af te zien van elke poging om alles tot in het kleinste detail te plannen en te controleren en ons in plaats daarvan te laten verlichten en leiden door Hem, die ons leidt waarheen Hij wil” (280). Controle loslaten is niet niets doen! Omdat de kerk zozeer een structuur van controle is geweest, zijn er soms krachtige interventies nodig om de Heilige Geest de kans te geven ons mee te nemen naar plaatsen waarheen we nooit gedacht hadden te gaan.

We hebben een diep instinct om ons vast te klampen aan controle en daarom wordt de synode zo gevreesd door velen. Met Pinksteren kwam de Heilige Geest krachtig over de discipelen die naar de uiteinden van de aarde werden gezonden. Maar in plaats daarvan vestigden de apostelen zich in Jeruzalem en wilden daar niet weg. Er was vervolging voor nodig om hen uit het nest te halen en weg te sturen uit Jeruzalem! Harde liefde! Boven mijn kantoor in het klooster Santa Sabina bouwen torenvalken elk jaar hun nest. Het moment kwam dat hun ouders de jonge vogels uit het nest schopten, zodat ze moesten vliegen of sterven. Terwijl ik aan mijn bureau zat, kon ik ze zien worstelen om in de lucht te blijven! De Heilige Geest schopt ons soms uit het nest en vraagt ons te vliegen! We fladderen in paniek, maar vliegen zullen we!

In Getsemane geeft Jezus de controle over zijn leven op en vertrouwt deze toe aan de Vader. Niet wat ik wil!  Toen ik een jonge broeder was, verbleef een Franse dominicaan, die priester-arbeider was geweest, in de gemeenschap. Hij ging naar India om de allerarmsten te dienen en kwam naar Oxford om Bengaals te leren. Ik vroeg hem wat hij van plan was: ‘Wat is je plan?’ Hij antwoordde: ‘Hoe kan ik dat weten totdat de armen het mij vertellen?

Als jonge Provinciaal bezocht ik een Dominicaans klooster dat bijna aan zijn einde was. Er waren nog maar vier oude nonnen over. Ik werd vergezeld door de vorige Provinciaal Overste, Peter. Toen we tegen de nonnen zeiden dat de toekomst van het klooster erg onzeker leek, zei een van hen: ‘Maar Timothy, onze lieve Heer zal ons klooster toch niet laten sterven?’ Peter antwoordde onmiddellijk: ‘Zuster, hij liet zijn zoon sterven.’ Zo kunnen we dingen laten sterven, niet in wanhoop maar in hoop, om ruimte te geven aan het nieuwe.

Sint Dominicus probeerde de controle over de orde over te dragen aan de broeders omdat ieder van hen de Heilige Geest had ontvangen. Dus geleid worden door de Heilige Geest betekent bevrijd worden van de cultuur van controle. In onze samenleving draait leiderschap om het in handen houden van de macht. Paus Johannes XXIII grapte dat hij elke avond tegen God zei: ‘De paus moet nu gaan slapen en dus moet u, God, een paar uurtjes op de Kerk passen’. Zoals hij zo goed begreep, komt leiderschap soms neer op het loslaten van controle.

Het Instrumentum Laboris roept ons op om ‘de voorkeur te geven aan jongeren’. (bijv. B.2.1.). Elk jaar herinneren we ons dat God tot ons kwam als een kind, pasgeboren. Vertrouwen in de jongeren is een intrinsiek onderdeel van christelijk leiderschap. De jongeren zijn er niet om de plaats van ons ouderen in te nemen, maar om te doen wat wij ons niet kunnen voorstellen. Toen de heilige Dominicus zijn jonge novicen uitzond om te prediken, waarschuwden sommige monniken hem dat hij ze zou verliezen. Dominicus antwoordde: ‘Ik weet zeker dat mijn jonge mannen uit zullen gaan en terug zullen komen, uitgezonden zullen worden en terug zullen komen; maar jullie jonge mannen zullen opgesloten blijven en toch zullen zij uitgaan.[5]’. Door de Geest geleid worden in alle waarheid betekent het huidige loslaten, erop vertrouwend dat de Geest nieuwe instellingen zal voortbrengen, nieuwe vormen van christelijk leven, nieuwe bedieningen. Door de laatste twee millennia heen is de Heilige Geest aan het werk geweest om nieuwe manieren van kerk-zijn te creëren, van de woestijnvaders en -moeders tot de broederorden in de dertiende eeuw, zelfs de jezuïeten tijdens de Contrareformatie, de nieuwe kerkelijke bewegingen in de vorige eeuw. We moeten de Heilige Geest creatief in ons midden laten werken met nieuwe manieren van Kerk-zijn die wij ons nu niet kunnen voorstellen, maar de jongeren misschien wel! Luister naar hem, zei de stem op de berg. Dat betekent ook luisteren naar de jongeren in wie de Heer leeft en spreekt (Matteüs 11,28).

Naar de waarheid geleid worden is, zoals we gezien hebben, niet alleen een kwestie van rationele argumenten. We zijn niet alleen maar hersenen. We openen ons voor elkaar zoals wij zijn, in onze kwetsbare menselijkheid. Thomas van Aquino hield van een uitspraak van Aristoteles: ‘Anima est quodammodo omnia’: De ziel is in zekere zin alles. We kennen ten diepste door ons wezen open te stellen voor wat anders is. We laten ons raken en veranderen door de ontmoeting met elkaar. De volle waarheid waar de Heilige Geest ons naartoe leidt, is geen afstandelijke kennis die van een afstand inspecteert. Het is meer dan propositionele kennis. Het is een kennis die onlosmakelijk verbonden is met transformerende liefde (IL A.1 27). De dominicaanse manier van leven bestaat erin door te kennen te komen tot liefhebben. De franciscaanse manier is te zeggen dat we door lief te hebben tot kennis komen. Beide hebben gelijk.

Het mysterie waarin we worden binnengeleid is er een van een liefde die totaal zonder rivaliteit is. Alles wat de Vader heeft, wordt aan de Zoon en de Heilige Geest gegeven. Zelfs gelijkheid. Delen in het goddelijke leven is bevrijd worden van alle rivaliteit en concurrentie. Het is diezelfde goddelijke liefde, bevrijd van alle rivaliteit, waarmee we elkaar moeten liefhebben tijdens deze synode. Johannes schreef: “Zij die zeggen: `Ik heb God lief’ en hun broeders of zusters haten, zijn leugenaars; want wie een broeder of zuster niet liefheeft die hij heeft gezien, kan God niet liefhebben die hij niet heeft gezien” (1 Johannes 4,20).

De reis naar de volheid van de waarheid is onlosmakelijk verbonden met leren liefhebben. Diepgaande verandering zal alleen plaatsvinden als de zoektocht om de wil van de Heer te begrijpen verstrengeld is in de dubbele helix van hen leren liefhebben die we moeilijk vinden. Dit zal moeilijk over te brengen zijn aan mensen die hier niet zijn. Zijn al deze mensen echt helemaal hierheen gekomen, tegen hoge kosten, alleen maar om van elkaar te houden? Praktische beslissingen zijn natuurlijk onvermijdelijk en noodzakelijk. Maar ze moeten voortkomen uit de persoonlijke en gemeenschappelijke transformatie van wie we zijn, anders zijn ze louter van administratieve aard.

Stel je de vreugde voor om bevrijd te zijn van alle concurrentie met elkaar, zodat hoe meer stem de leken hebben, niet betekent dat de bisschoppen uit beeld zijn, of dat hoe meer gezag aan vrouwen wordt verleend, dit niet betekent dat de mannen er op achteruit gaan, of hoe meer erkenning   onze Afrikaanse broeders en zusters ontvangen het gezag van de Kerk in Azië of het Westen niet verkleint .

Dit vraagt van ieder van ons een diepe nederigheid terwijl we vol vertrouwen wachten op de gaven van God. Simone Weil was een Frans-Joodse mystica die in 1943 stierf en op haar tocht naar de waarheid er toe kwam te zeggen: ‘Ik geloof in God, de Drie-eenheid, de Verlossing, de Eucharistie en in wat het Evangelie ons leert'[6]. Ze schreef dat ‘we de kostbaarste geschenken niet verkrijgen door ernaar te zoeken, maar door erop te wachten… Deze manier van kijken is in de eerste plaats aandachtig. De ziel ontdoet zich van al haar eigen inhoud om de mens naar wie zij kijkt te ontvangen, precies zoals hij of zij is, in al zijn waarheid.[7]’

Als we ons laten leiden door de Geest van de waarheid, zullen we ongetwijfeld ruzie maken. Het zal soms pijnlijk zijn. Er zullen waarheden zijn die we liever niet onder ogen willen zien. Maar we zullen een beetje dieper in het mysterie van goddelijke liefde worden geleid en we zullen zo’n vreugde kennen dat mensen jaloers op ons zullen zijn omdat we hier zijn, en ernaar zullen verlangen de volgende zitting van de Synode bij te wonen!

[1] Burnt Norton, the Four Quarters

[2] Convocation, Conrwell, 24 May 2008

[3] Ne timeamus quod veritas veritati noceat’

[4] january 25th 2023

[5] ed. Simon Tugwell OP Early Dominicans: selected writings Ramsey NJ, 1982 p.91

[6] S. PÉTREMENT, La vita di Simone Weil, Adelphi, Milano 2010, p. 646

[7] Waiting on God, trans. Emma Crauford, Londen 1959, p.169

Conferentie T. Radcliffe (deel 3)

In aanloop op de synode heeft Timothy Radcliffe een aantal conferenties gegeven. Bij deze delen we met jullie de vertaling van Abt Gerard van het derde deel. We proberen de komende dagen alle conferenties te vertalen en te delen. De broeders wensen iedereen veel goeds en vragen jullie om gebed voor deze synode.

PAX!

Vriendschap

In de nacht voor zijn dood bad Jezus tot zijn Vader: ‘Mogen zij één zijn zoals wij één zijn’ (Johannes 17,11). Maar vanaf het begin, in bijna elk document van het Nieuwe Testament, zien we dat de discipelen verdeeld zijn, ruzie maken, elkaar excommuniceren. Wij zijn in deze synode bijeen omdat ook wij verdeeld zijn en hopen en bidden om eenheid van hart en geest. Dit zou ons kostbare getuigenis moeten zijn in een wereld die verscheurd wordt door conflicten en ongelijkheid. Het Lichaam van Christus moet de vrede belichamen die Jezus beloofde en waar de wereld naar verlangt.

Gisteren keek ik naar twee bronnen van verdeeldheid:  Onze tegenstrijdige hoop en verschillende visies op de Kerk als thuis. Maar het is niet nodig dat deze spanningen ons verscheuren; wij zijn dragers van een hoop die hoop te boven gaat, en het ruime thuis van het Koninkrijk waarin de Heer ons vertelt dat er ‘vele woonplaatsen’ zijn (Johannes 14,1).

Natuurlijk is niet elke hoop of mening legitiem. Maar orthodoxie is ruim en ketterij is smal. De Heer leidt zijn schapen uit de kleine omheining van de schaapskooi naar de weidse weiden van ons geloof. Met Pasen zal hij ze uit de kleine afgesloten ruimte leiden naar de onbegrensde uitgestrektheid van God, ‘Gods overvloed[1]’.

Laten we dus samen naar hem luisteren. Maar hoe? Een Duitse bisschop was bezorgd over ‘de bijtende toon’ tijdens hun synodale discussies. Hij zei dat ze ‘meer leken op een retorische uitwisseling van verbale klappen’ dan op een ordelijk debat.'[2] Natuurlijk zijn ordelijke rationele debatten noodzakelijk.  Als dominicaan zou ik het belang van de rede nooit kunnen ontkennen! Maar er is meer nodig als we onze verschillen willen overstijgen.  De schapen vertrouwen de stem van de Heer omdat het die van een vriend is. Deze synode zal vruchtbaar zijn als ze ons leidt naar een diepere vriendschap met de Heer en met elkaar.

In de nacht voor zijn dood richtte Jezus zich tot de discipelen die op het punt stonden hem te verraden, te verloochenen en in de steek te laten met de woorden: ‘Ik noem jullie vrienden’ (Johannes 15,15). (Johannes 15,15). We worden omarmd door de helende vriendschap van God die de deuren opent van de gevangenissen die we voor onszelf creëren. “De onzichtbare God spreekt tot mannen en vrouwen als vrienden” (Vaticanum II, Dei Verbum, 2). Hij opende de weg naar de eeuwige vriendschap van de Drie-eenheid. Deze vriendschap werd aangeboden aan zijn leerlingen, aan tollenaars en prostituees, aan advocaten en vreemdelingen. Het was de eerste kennismaking met het Koninkrijk.

Zowel het Oude Testament als het klassieke Griekenland en Rome beschouwden zulke vriendschappen als onmogelijk. Vriendschap was alleen tussen goede mensen. Vriendschap met goddelozen werd onmogelijk geacht. Zoals Psalm 26 zegt: ‘Ik haat het gezelschap van boosdoeners en wil niet bij de goddelozen zitten’ (v23). De slechten hebben geen vriendschappen omdat ze alleen samenwerken voor slechte daden. Maar onze God was altijd geneigd tot schokkende vriendschappen. Hij hield van Jakob, de bedrieger; en van David, de moordenaar en overspelige; en van Salomo, de afgodendienaar.

Vriendschap was ook alleen mogelijk tussen gelijken. Maar genade tilt ons op in de goddelijke vriendschap. Aquinas zegt solus Deus deificat, ‘alleen God kan ons goddelijk maken'[i] Vandaag is het Feest van de Beschermengelen, die tekenen zijn van de unieke vriendschap die God voor ieder van ons heeft. De Heilige Vader zei op het feest van de Beschermengelen: ‘Niemand reist alleen en niemand moet denken dat hij alleen is[3]’. Op onze reis worden we elk omarmd door de goddelijke vriendschap.

Het evangelie verkondigen is nooit alleen maar informatie doorgeven. Het is een daad van vriendschap. Honderd jaar geleden zei Vincent McNabb OP: “Houd van degenen aan wie je predikt. Als je dat niet doet, preek dan niet. Preek tot jezelf. Van de heilige Dominicus werd gezegd dat hij door iedereen geliefd werd omdat hij van iedereen hield. De heilige Catharina van Siena werd omringd door een kring van vrienden: mannen en vrouwen, leken en religieuzen. Zij stonden bekend als de Caterinati, de Catharina-mensen. Martin de Porres wordt vaak afgebeeld met een kat, een hond en een muis die van dezelfde schotel eten. Een goed beeld van het religieuze leven!

In het Oude Testament was vriendschap tussen mannen en vrouwen niet gemakkelijk. Het Koninkrijk brak aan met Jezus omringd door zijn vrienden, mannen en vrouwen. Zelfs vandaag de dag twijfelen veel mensen aan de mogelijkheid van een onschuldige vriendschap tussen mannen en vrouwen. Mannen vrezen beschuldigingen; vrouwen vrezen mannelijk geweld; jongeren vrezen misbruik. Wij zouden de ruimhartige vriendschap van God moeten belichamen.

Daarom verkondigen we het evangelie door vriendschappen die over grenzen heen reiken. God reikte over de scheiding tussen Schepper en schepsel heen. Welke onmogelijke vriendschappen kunnen wij sluiten?  Toen de zalige Pierre Claverie in 1981 tot bisschop van Oran in Algerije werd gewijd, zei hij tegen zijn moslimvrienden: “Ik heb ook aan jullie te danken wat ik nu ben. Door samen met jullie Arabisch te leren, heb ik vooral geleerd de taal van het hart te spreken en te begrijpen, de taal van broederlijke vriendschap, waarin rassen en religies met elkaar omgaan… Want ik geloof dat deze vriendschap van God komt en naar God leidt.[4]’ Let op, vriendschap maakte hem tot wie hij was!

Voor deze vriendschap werd hij vermoord door terroristen, samen met een jonge moslimvriend, Mohamed Bouckichi.    Na zijn zaligverklaring werd er een toneelstuk opgevoerd over hun vriendschap, Pierre et Mohamed. De moeder van Mohamed keek naar het toneelstuk over de dood van haar zoon en kuste de acteur die hem speelde.

Het goede nieuws dat de jongeren van ons willen horen, is dat God hen de hand reikt in vriendschap. Dit zijn de vriendschappen waarnaar ze verlangen en waarnaar ze zoeken op Instagram en TikTok. Toen ik een tiener was, raakte ik bevriend met katholieke priesters. Bij hen ontdekte ik de vreugde van het geloof.  Helaas heeft de crisis rond seksueel misbruik zulke vriendschappen verdacht gemaakt. Het is meer dan een seksuele zonde, het is een zonde tegen vriendschap. De diepste cirkel in Dante’s Inferno was gereserveerd voor degenen die vriendschap verraden.

De basis van alles wat we in deze synode zullen doen, moeten dus de vriendschappen zijn die we creëren. Het oogt niet bijzonder. Het zal niet de krantenkoppen halen. `Zijn ze helemaal naar Rome gekomen om vriendschappen te sluiten! Wat een verspilling!’ Maar het is door vriendschap dat we de overgang zullen maken van ‘ik’ naar ‘wij’ (IL A. 1. 25). Zonder vriendschap zullen we niets bereiken. Toen de Anglicaanse aartsbisschop van Canterbury, Robert Runcie, Johannes Paulus II ontmoette, was hij teleurgesteld dat er geen vooruitgang in de richting van eenheid leek te zijn geboekt. Maar de paus zei hem dat hij vertrouwen moest hebben. Affectieve collegialiteit gaat vooraf aan effectieve collegialiteit.

Het Instrumentum Laboris verwijst naar de eenzaamheid van veel priesters en ‘hun behoefte aan zorg, vriendschap en steun.’ (B. 2.4., b). Het hart van de roeping van de priester is de kunst van de vriendschap. Dit is de eeuwige, gelijkwaardige vriendschap van onze Drie-enige God. Dan zal al het gif van het klerikalisme wegsmelten. De roeping van het ouderschap kan ook eenzaam zijn en heeft ondersteunende vriendschappen nodig.

Vriendschap is een creatieve taak. In het Engels zeggen we dat we verliefd worden, maar vrienden maken.  Jezus vraagt de wetgeleerde na de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan: “Wie van deze drie mensen heeft zich de naaste gemaakt van de man die in de handen van de rovers viel?” (Lucas 10,36). Hij vertelt de discipelen dat ze vrienden moeten maken door het gebruik van onrechtvaardigde mammon (Lucas 16,9). In de synode hebben we de creatieve taak om onwaarschijnlijke vriendschappen te sluiten, vooral met mensen met wie we het oneens zijn. Als je denkt dat ik onzin uitkraam, kom dan en sluit vriendschap met mij!

Dit klinkt misschien erg! Stel je voor dat ik vastbesloten op je afstorm om je tot vriend te maken. Je zult weg willen rennen! Maar de basis van vriendschap bestaat in gewoon bij elkaar zijn. Het is genieten van de aanwezigheid van een ander. Jezus nodigt zijn intieme kring, Petrus, Jakobus en Johannes, uit om bij hem te zijn op de berg, zoals ze bij hem zullen zijn in de tuin van Getsemane. Na de Hemelvaart zoeken ze iemand om Judas te vervangen, iemand samen met de Heer en met hen is geweest. Petrus zei dat hij ‘een van hen moest zijn die ons vergezelden in al de tijd dat de Heer Jezus in en uitging, te beginnen vanaf de doop van Johannes tot de dag dat Hij van ons werd weggenomen’ (Handelingen 1,21).  De hemel zal er gewoon in bestaan bij de Heer te zijn. Vier keer horen we tijdens de Eucharistie de woorden: ‘De Heer zij met u.’ Dat is de goddelijke vriendschap. Zuster Wendy Becket beschreef gebed als ‘onbeschermd zijn in de aanwezigheid van de Heer’. Er hoeft niets gezegd te worden.

In zijn boek over Spirituele vriendschap schreef St Aelred van Rivaulx, de 12e eeuwse cisterciënzer abt: “Hier zijn we, jij en ik, en ik hoop dat Christus als derde samen met ons is. Niemand kan ons nu onderbreken… Dus kom nu, beste vriend, onthul je hart en spreek je gedachten uit. Durven wij ons uit te spreken?

In de Algemene Kapittels van de Dominicanen debatteren we natuurlijk en nemen we beslissingen. Maar we bidden en eten ook samen, maken wandelingen, drinken wat en recreëren. We geven elkaar het kostbaarste geschenk: onze tijd.  We bouwen een gemeenschappelijk leven op. Dan ontstaan er onwaarschijnlijke vriendschappen.  Het zou het mooiste zijn als we dit zouden doen tijdens deze drie weken van de synode in plaats van aan het eind van de dag onze eigen gescheiden weg te gaan. Laten we hopen dat dit mogelijk zal zijn tijdens de aanstaande zitting van deze synode.

Gods scheppende liefde geeft ons ruimte. Herbert McCabe OP schreef: “De kracht van God is bij uitstek de kracht om dingen toe te laten te zijn. “Laat er licht zijn” – de scheppende kracht is juist de kracht die, omdat ze ertoe leidt dat dingen zijn wat ze zijn, dat personen zijn wie ze zijn, zonder zich in te laten met schepselen. Het is duidelijk dat scheppen niets verandert aan de dingen, het laat ze zichzelf zijn. Creatie is puur en alleen de dingen laten zijn, en onze liefde is daar een vaag beeld van.[5]’

Vaak zijn er geen woorden nodig. Een jonge Algerijnse vrouw genaamd Yasmina liet een kaartje achter bij de plaats waar Pierre Claverie gemarteld werd. Ze schreef erop: ‘Deze avond, Vader, heb ik geen woorden. Maar ik heb tranen en hoop.[6]’

Als we op deze manier bij elkaar zijn, zullen we elkaar zien alsof het de eerste keer is!  Toen Jezus dineerde met Simon de farizeeër, kwam er een vrouw binnen, mogelijk de plaatselijke prostituee, en wenend waste ze zijn voeten met haar tranen. Simon is geschokt. Ziet Jezus niet wie ze is? Maar Jezus antwoordt: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben uw huis binnengegaan; u hebt mij geen water gegeven voor mijn voeten, maar zij heeft mijn voeten gebaad met haar tranen en ze afgedroogd met haar haar’ (Lucas 7, 44).

Israël had ernaar verlangd om het aangezicht van God te zien. Eeuwenlang had het gezongen: ‘Laat uw aangezicht over ons lichten en wij zullen behouden worden.’ (Psalm 80). Maar het was onmogelijk om God te zien en te leven. Israël verlangde naar wat ondraaglijk was, het zien van Gods aangezicht. In Jezus werd dit gelaat geopenbaard. De herders konden naar hem kijken als slapende baby in de kribbe en leven. Gods gezicht werd zichtbaar, maar het was God die stierf, de ogen gesloten aan een kruis.

In het Tweede Eucharistisch Gebed bidden we dat de doden verwelkomd mogen worden in het licht van Gods aangezicht. De Menswording is Gods zichtbaarheid. Een oude theoloog, mogelijk de heilige Augustinus, stelt zich een dialoog voor met de Goede Dief die met Jezus stierf. Deze zegt: ‘Ik bestudeerde de Schrift niet bijzonder. Ik was een fulltime rover. Maar op een bepaald moment in mijn pijn en isolement zag ik Jezus naar me kijken en in zijn blik begreep ik alles.[7]’

In deze tijd tussen de eerste en tweede komst van Christus moeten we dat gezicht voor elkaar zijn. We zien hen die onzichtbaar zijn en glimlachen naar hen die zich schamen. Een Amerikaanse Dominicaan, Brian Pierce, bezocht een tentoonstelling van foto’s van straatkinderen in Lima, Peru. Onder de foto van een jong kind stond het bijschrift: ‘Saben que existo pero no me ven.’ Ze weten dat ik besta, maar ze zien me niet. Ze weten dat ik besta als een probleem, een last, een statistiek, maar ze zien me niet!

In Zuid-Afrika is een gebruikelijke begroeting ‘SAWABONA’, ‘Ik zie je’. Miljoenen mensen voelen zich onzichtbaar. Niemand kijkt hen met herkenning aan. Vaak komen mensen in de verleiding om geweld te gebruiken, alleen maar opdat mensen tenminste naar hen kijken! Kijk, ik ben hier! Het voelt beter om als vijand gezien te worden dan helemaal niet gezien te worden.

Thomas Merton ging religieus leven omdat hij wilde ontsnappen aan de slechtheid van de wereld. Maar een paar jaar cisterciënzerleven opende zijn ogen voor de schoonheid en goedheid van mensen.  Op een dag vielen op straat de schellen van zijn ogen. Hij schreef in zijn dagboek: “Toen was het alsof ik plotseling de geheime schoonheid van hun harten zag, de diepte van hun harten, waar noch zonde noch begeerte noch zelfkennis kan komen, de kern van hun wezen, de persoon die ieder van hen is in Gods ogen. Konden ze zichzelf maar zien zoals ze werkelijk zijn. Konden we elkaar maar altijd zo zien. Er zou geen oorlog meer zijn, geen haat, geen hebzucht.[8]

Onze wereld hongert naar vriendschap, maar wordt ondermijnd door destructieve trends: De opkomst van het populisme, waarin mensen met elkaar verbonden zijn door simplistische verhalen, gemakkelijke slogans, de blindheid van de menigte. En er is een acuut individualisme, wat betekent dat ik niets heb buiten mijn eigen verhaal. Terry Eagleton schreef: “Reizen zijn niet langer gemeenschappelijk maar op maat gemaakt, meer als een vorm van liften dan als een busreis. Ze zijn niet langer massaproducten maar worden voor het grootste deel alleen ondernomen. De wereld staat niet langer open voor verhalen, wat betekent dat je je leven kunt verzinnen terwijl je onderweg bent.”[9] Maar ‘mijn verhaal’ is ons verhaal, het evangelieverhaal dat op wonderbaarlijk verschillende manieren kan worden verteld.

Een laatste korte opmerking… C. S. Lewis zei dat geliefden naar elkaar kijken, maar vrienden kijken in dezelfde richting. Ze kunnen het oneens zijn met elkaar, maar ze delen tenminste enkele van dezelfde vragen. Ik citeer: ‘”Geef je om dezelfde waarheid?” De [persoon] die het met ons eens is dat een bepaalde vraag, die door anderen van weinig belang wordt geacht, van groot belang is, kan onze vriend zijn. Hij hoeft het niet met ons eens te zijn over het antwoord.[10]’

Het moedigste wat we in deze synode kunnen doen, is eerlijk zijn over onze twijfels en vragen aan elkaar, de vragen waarop we geen duidelijke antwoorden hebben. Dan zullen we elkaar naderen als medezoekers, bedelaars naar de waarheid. In Don Quichotte van Graham Greene vieren een Spaanse katholieke priester en een communistische burgemeester samen vakantie. Op een dag durven ze hun twijfels te delen.  De priester zegt: “Het is vreemd hoe het delen van een gevoel van twijfel mensen misschien nog wel meer bij elkaar kan brengen dan het delen van een geloof.  De gelovige zal met een andere gelovige vechten over het geringste verschil; wie twijfelt vecht alleen met zichzelf.[11]’

Paus Franciscus zei in zijn dialoog met rabbijn Skorka: ‘De grote leiders van het volk van God waren mensen die ruimte lieten voor twijfel…Wie een leider van het volk van God wil zijn, moet God de ruimte geven; daarom is het uiteindelijk heel zuiverend te krimpen, terug te trekken in zichzelf met twijfel, innerlijk duisternis te ervaren, niet weten wat te doen. De slechte leider is degene die zelfverzekerd en koppig is. Een van de kenmerken van een slechte leider is om buitensporig normatief te zijn vanwege zijn zelfverzekerdheid.[12]’ (On Heaven and earth, 52)

Als er geen gedeelde zorg is voor de waarheid, welke basis is er dan voor vriendschap? Vriendschap is moeilijk in onze samenleving, deels omdat de samenleving ofwel het vertrouwen in de waarheid heeft verloren, ofwel zich vastklampt aan bekrompen fundamentalistische waarheden waarover niet gediscussieerd kan worden. Solzjenitsyn zei ‘één woord van de waarheid weegt zwaarder dan de hele wereld.[13]’ Een van mijn broeders die in een bus reisde, hoorde twee vrouwen op de stoelen voor hem zitten. De ene klaagde over het lijden dat ze moest doorstaan. De andere zei: “Mijn liefste, je moet er filosofisch over zijn.” “Wat betekent ‘filosofisch’?” “Het betekent dat je er niet over nadenkt.”

Vriendschap bloeit op als we onze twijfels durven delen en samen op zoek gaan naar de waarheid. Wat heeft het voor zin om te praten met mensen die alles al weten of het er helemaal mee eens zijn? Maar hoe moeten we dat doen?  Dat is het onderwerp van de volgende conferentie.

 

[1] Vroegste gebruik gevonden bij Thomas Bacon (1512/13-1567)

[2] De Tablet, Christa Pongratz-Lippitt 20 maart 2023

[3] Homilie voor het Feest van de Beschermengelen, 2014

[4] Kardinaal Murphy O’Connor, Een leven uitgestort, p. viii

[5] God Matters, Darton, Longman and Todd, Londen, 1987, p. 108

[6] Paul Murray OP, Littekens: Essays, gedichten en meditaties over lijden, Bloomsbury 2014, p. 47

[7] Geciteerd door Paul Murray OP, Littekens p. 143

[8] Geciteerd Willam H. Shannon Zaden van vrede: Contemplatie en geweldloosheid New York 1996 p. 63

[9] Terry Eagleton, “What’s Your Story?”, in London Review of Books, 16 februari 2023 https://www.lrb.co.uk/the-paper/v45/n04/terry-eagleton/what-s-your-story

[10] P. 66

[11] Monseigneur Quichot, New York:  Penguin Classics [1982] 2008, pg. 41

[12] Bergoglio, Jorge Mario en Abraham Skorka.  Over hemel en aarde. New York: Image [2010] 2013, p. 52, geciteerd in Marc Bosco, SJ, ‘Colouring Catholicism: Greene in the Age of Pope Francis’.

[13] Nobelprijs toespraak 1970 ‘Een woord van waarheid’.

Conferentie T. Radcliffe (deel 2)

In aanloop op de synode heeft Timothy Radcliffe een aantal conferenties gegeven. Bij deze delen we met jullie de vertaling van Abt Gerard van het tweede deel. We proberen de komende dagen alle conferenties te vertalen en te delen.

De broeders wensen iedereen veel goeds en vragen jullie om gebed voor deze synode.

PAX!

 

‘Thuis in God en God thuis in ons’.

 

We gaan naar deze synode met tegenstrijdige verwachtingen. Maar dit hoeft geen onoverkomelijk obstakel te zijn. We zijn verenigd in de hoop van de Eucharistie, een hoop die alles waar we naar verlangen omarmt en overstijgt.

Maar er is nog een andere bron van spanning. Soms botsen onze opvattingen over de Kerk als ons thuis. Elk levend wezen heeft een thuis nodig om tot bloei te komen. Vissen hebben water nodig en vogels hebben een nest nodig. Zonder thuis kunnen we niet leven. Verschillende culturen hebben verschillende opvattingen over thuis. Het Instrumentum Laboris vertelt ons dat “Azië het beeld voorstelde van de persoon die zijn of haar schoenen uittrekt om over de drempel te stappen als teken van de nederigheid waarmee we ons voorbereiden om God en onze naaste te ontmoeten. Oceanië stelde het beeld van de boot voor en Afrika stelde het beeld voor van de Kerk als de familie van God, die in staat is al haar leden in al hun verscheidenheid toe te laten en welkom te heten”. (B 1.2). Maar al deze beelden laten zien dat we ergens moeten zijn waar we zowel geaccepteerd als uitgedaagd worden. Thuis worden we bevestigd zoals we zijn en uitgenodigd om meer te zijn. Thuis is waar we gekend, geliefd en veilig zijn, maar ook uitgedaagd worden om het avontuur van het geloof aan te gaan.

 

We moeten de kerk vernieuwen als ons gemeenschappelijke thuis als we willen spreken tot een wereld die lijdt onder een crisis van dakloosheid. We verbruiken ons kleine planetaire thuis. Er zijn meer dan 350 miljoen migranten op de vlucht voor oorlog en geweld. Duizenden sterven terwijl ze de zee oversteken op zoek naar een thuis. Niemand van ons kan zich helemaal thuis voelen als zij dat ook niet zijn. Zelfs in rijke landen slapen miljoenen op straat. Jonge mensen kunnen zich vaak geen huis veroorloven. Overal heerst een verschrikkelijke geestelijke dakloosheid. Acuut individualisme, het uiteenvallen van het gezin, steeds grotere ongelijkheid betekenen dat we worden geteisterd door een tsunami van eenzaamheid. Zelfmoorden nemen toe omdat je zonder een thuis, fysiek en spiritueel, niet kunt leven. Liefhebben is thuiskomen bij iemand.

Dus wat leert deze scène van de Gedaanteverandering ons over ons thuis, zowel in de Kerk als in onze ontheemde wereld? Jezus nodigt zijn diepste vriendenkring uit om samen met hem van dit intieme moment te genieten. Ook zij zullen bij hem zijn in de Hof van Getsemane. Dit is de binnenste kring van degenen bij wie Jezus het meest thuis is. Op de berg geeft hij hun een visioen van zijn heerlijkheid. Petrus wil zich aan dit moment vastklampen. Rabbi, het is goed voor ons om hier te zijn; laten we drie woningen maken, één voor u, één voor Mozes en één voor Elia’. Hij is aangekomen en wil dat dit intieme moment beklijft. Maar zij horen de stem van de Vader. ‘Luister naar hem!’ Ze moeten de berg afdalen en naar Jeruzalem lopen, niet wetend wat hen te wachten staat. Ze zullen worden verspreid en naar de uiteinden van de aarde worden gestuurd om getuigen te zijn van ons uiteindelijke thuis, het Koninkrijk. Dus hier zien we twee opvattingen van thuis: de binnenste cirkel die thuis is bij Jezus op de berg en de oproep naar ons uiteindelijke thuis, het Koninkrijk waar iedereen bij zal horen.

 

Soortgelijke verschillende interpretaties van de kerk als thuis verscheuren ons vandaag de dag. Voor sommigen wordt ze gedefinieerd door haar oude tradities en devoties, haar geërfde structuren en taal, de Kerk waarmee we zijn opgegroeid en waar we van houden. Het geeft ons een duidelijke christelijke identiteit. Voor anderen lijkt de huidige Kerk geen veilig thuis te zijn. Ze wordt ervaren als exclusief en marginaliseert veel mensen, vrouwen, gescheiden en hertrouwde mensen. Voor sommigen is ze te westers, te eurocentrisch. Het Instrumentum Laboris noemt ook homo’s en mensen in polygame huwelijken. Zij verlangen naar een vernieuwde Kerk waarin zij zich volledig thuis voelen, erkend, bevestigd en veilig.

Voor sommigen wordt het idee van een universeel welkom, waarin iedereen wordt geaccepteerd ongeacht wie hij of zij is, ervaren als destructief voor de identiteit van de kerk. Zoals in een negentiende-eeuws Engels liedje: ‘If everybody is somebody then nobody is anybody.[1]’ Zij geloven dat identiteit om grenzen vraagt. Maar voor anderen is het juist de kern van de identiteit van de Kerk om open te zijn. Paus Franciscus zei: ‘De Kerk is geroepen om het huis van de Vader te zijn, met deuren die altijd wijd openstaan … waar plaats is voor iedereen, met al zijn problemen en om zich te bewegen naar hen die de behoefte voelen om hun geloofsweg weer op te pakken.'[2]

 

Deze spanning is altijd de kern van ons geloof geweest, sinds Abraham Ur verliet. Het Oude Testament houdt twee dingen in voortdurende spanning: het idee van uitverkiezing, Gods uitverkoren volk, het volk bij wie God woont. Dit is een identiteit die gekoesterd wordt. Maar ook universalisme, openheid naar alle volken, een identiteit die nog ontdekt moet worden.

 

Christelijke identiteit is zowel bekend als onbekend, gegeven en te zoeken. Johannes zegt: ‘Geliefden, we zijn nu Gods kinderen; wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard. Wat we wel weten is dit: wanneer hij geopenbaard wordt, zullen we op hem lijken, want dan zullen we hem zien zoals hij is’ (1 Johannes 3:1 – 2). We weten wie we zijn en toch weten we niet wie we zullen zijn.

 

Voor sommigen van ons is de christelijke identiteit boven alles gegeven, de Kerk die we kennen en liefhebben. Voor anderen is de christelijke identiteit altijd voorlopig en ligt ze in het verschiet terwijl we op weg zijn naar het Koninkrijk waarin alle muren zullen vallen. Beide zijn nodig! Als we alleen benadrukken dat onze identiteit gegeven is – Dit is wat het betekent om katholiek te zijn – lopen we het risico een sekte te worden. Als we alleen de nadruk leggen op het avontuur naar een identiteit die nog ontdekt moet worden, lopen we het risico een vage Jezusbeweging te worden. Maar de Kerk is een teken en sacrament van de eenheid van de hele mensheid in Christus (LG. 1) door beide te zijn. We verblijven nu op de berg en proeven de heerlijkheid. Maar we lopen naar Jeruzalem, die eerste synode van de Kerk.

 

Hoe moeten we deze noodzakelijke spanning beleven? Alle theologie komt voort uit spanning, die de boog buigt om de pijl af te schieten. Deze spanning is de kern van het evangelie van Johannes. God maakt zijn thuis in ons: ‘Zij die mij liefhebben zullen mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hen liefhebben, en wij zullen naar hen toe komen en ons thuis bij hen maken’ (14,23). (14,23) Maar Jezus belooft ons ook ons thuis in God: ‘In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. Als dat niet zo was, zou ik dan gezegd hebben dat ik ga om voor jullie een plaats te bereiden? (Johannes 14.2).

 

Als we denken aan de Kerk als thuis, denken sommigen van ons in de eerste plaats aan God die thuiskomt bij ons, en anderen aan ons die thuiskomen in God. Beide zijn waar. We moeten de tent van ons medeleven uitbreiden naar hen die anders denken. We koesteren de intieme cirkel op de berg, maar we komen naar beneden en lopen naar Jeruzalem, zwervers en daklozen. ‘Luister naar hem’.

 

God woont dus eerst bij ons. Het Woord is vlees geworden in een Palestijnse Jood uit de eerste eeuw, opgegroeid in de gewoonten en tradities van zijn volk. Het Woord wordt vlees in elk van onze culturen. Op Italiaanse schilderijen van de Annunciatie zien we prachtige huizen van marmer, met ramen die uitkijken op olijfbomen en tuinen met rozen en lelies. Nederlandse en Vlaamse schilders tonen Maria bij een warm fornuis, goed ingepakt om de kou buiten te houden. Wat voor huis je ook hebt, God komt er wonen. Dertig stille jaren lang woonde God in Nazareth: een onbelangrijk achterland. Nathaniel riep vol afschuw uit: ‘Kan er iets goeds komen uit Nazareth’ (Johannes 1.46). Filippus antwoordt slechts: ‘Kom en zie.’

Al onze huizen zijn Nazareth, waar God woont. Charles de Foucauld zei: “Laat Nazareth je voorbeeld zijn, in al zijn eenvoud en breedte… Het leven van Nazareth kan overal geleefd worden. Leef het waar het het nuttigst is voor je naaste.[3]’ Waar we ook zijn en wat we ook gedaan hebben, God komt om te blijven: ‘Zie Ik sta aan de deur en klop. Als je mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij je binnenkomen en met je eten, en jij met mij’ (Openb. 3,20).

 

We koesteren dus de plaatsen waar we Emmanuel hebben ontmoet. God met ons’. We houden van de liturgieën waarin we een glimp hebben opgevangen van de goddelijke schoonheid, de kerken uit onze kindertijd, de populaire devoties. Ik hou van de grote Benedictijnse abdij van mijn school, waar ik voor het eerst de deuren van de hemel voelde opengaan. Ieder van ons heeft zijn eigen Mt Tabor, waarop we een glimp hebben opgevangen van de heerlijkheid. We hebben ze nodig. Dus wanneer liturgieën worden veranderd of kerken worden afgebroken, ervaren mensen veel pijn, alsof hun thuis in de Kerk wordt vernietigd. Net als Petrus willen we blijven.

 

Elke plaatselijke kerk is een thuis voor God. Onze Moeder Maria verscheen in Engeland in Walsingham, het grote middeleeuwse heiligdom, in Lourdes, in Guadalupe in Mexico, in Czestochowa in Polen, in La Vang in Vietnam en Donglu in China. Er is geen Mariaconcurrentie. In Engeland zeggen we: “Het goede nieuws is dat God van je houdt. Het slechte nieuws is dat hij ook van alle anderen houdt. Augustinus zei: God houdt van ieder van ons alsof er maar één van ons is.[4]’ . In de Basiliek van Notre Dame d’Afrique in Algiers staat gegraveerd: Priez pour nous et pour les Musulmans’ ‘Bid voor ons en voor de moslims’.

 

Vaak vinden priesters het moeilijk om de weg van de synode te bewandelen. Wij geestelijken verzorgen deze gebedshuizen en vieren de liturgieën. Priesters hebben een sterk identiteitsgevoel nodig, een esprit de corps. Maar wie zullen wij zijn in deze Kerk die bevrijd is van klerikalisme? Hoe kunnen de geestelijken een identiteit omarmen die niet klerikaal is? Dit is een grote uitdaging voor een vernieuwde Kerk. Laten we het zonder angst omarmen, een nieuw broederlijk begrip van het ambtelijk priesterschap! Misschien kunnen we ontdekken hoe dit verlies van identiteit eigenlijk een inherent deel is van onze priesterlijke identiteit. Het is een roeping om voorbij alle identiteiten getrokken te worden, want ‘wie we zijn moet nog geopenbaard worden’ (1 Johannes 3,2).

 

God voelt zich nu thuis op plaatsen die de wereld veracht. Onze Dominicaanse broeder Frei Betto beschrijft hoe God thuis kwam in een gevangenis in Brazilië. Sommige Dominicanen werden gevangen gezet vanwege hun verzet tegen de dictatuur (1964-1985). Betto schreef: “Op eerste kerstdag, het feest van Gods thuiskomst, is de vreugde overweldigend. Kerstnacht in de gevangenis… Nu zingt de hele gevangenis, alsof alleen ons lied, gelukkig en vrij, over de hele wereld moet klinken. De vrouwen zingen in hun afdeling, en wij applaudisseren… Iedereen hier weet dat het Kerstmis is, dat er iemand herboren wordt. En met ons lied getuigen we dat ook wij herboren zijn om te vechten voor een wereld zonder tranen, haat of onderdrukking. Het is heel bijzonder om deze jonge gezichten tegen de tralies gedrukt hun liefde te zien zingen. Onvergetelijk. Het is geen gezicht voor onze rechters, of de officier van justitie, of de politie die ons arresteerde. Zij zouden de schoonheid van deze nacht onverdraaglijk vinden. Folteraars vrezen een glimlach, zelfs een zwakke.”

 

Dus we zien de schoonheid van de Heer op onze eigen berg Tabor, waar we, net als Petrus, onze tenten willen opslaan. Goed! Maar ‘Luister naar Hem! We genieten van dat moment en dalen dan de berg af en lopen naar Jeruzalem. We moeten in zekere zin thuisloos worden. ‘De vossen hebben holen en de vogels van de lucht hebben hun nest, maar de Zoon des mensen heeft nergens om zijn hoofd neer te leggen.’ (Lucas 9.58). Ze lopen naar Jeruzalem, de heilige stad waar Gods naam woont. Maar daar sterft Jezus buiten de muren omwille van al die mensen die buiten de muren leven, zoals God zich aan zijn volk openbaarde in de woestijn buiten het kamp. James Alison schreef: ‘God is te midden van ons als een uitgeworpene[5]’. ‘Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden om het volk door zijn bloed te heiligen. Laten we daarom tot Hem gaan buiten het kamp en de mishandeling dragen die Hij doorstond.’ (Hebreeën 12.12f).

 

Aartsbisschop Carlos Aspiroz da Costa schreef aan de Dominicaanse Familie toen hij Magister was: ‘Buiten het kamp’ tussen al die ‘anderen’ die verbannen zijn naar een plaats buiten het kamp, dat is waar we God ontmoeten. Op pelgrimstocht zijn vraagt om buiten het instituut te gaan, buiten cultureel bepaalde opvattingen en overtuigingen, want het is ‘buiten het kamp’ dat we een God ontmoeten die niet gecontroleerd kan worden. Het is ‘buiten het kamp’ dat we de Ander ontmoeten die anders is en dat wij ontdekken wie we zijn en wat we moeten doen.[6]’ Het is door naar buiten te gaan dat we een thuis bereiken waarin ‘er niet langer Jood noch heiden meer is, niet langer slaaf of vrije, niet langer man of vrouw, allen tezamen zijt gij één persoon in Christus Jezus’ (Galaten 3,28).

 

In de jaren tachtig, toen ik nadacht over het antwoord van de kerk op aids, bezocht ik een ziekenhuis in Londen. De arts van dienst vertelde me dat er een jonge man was die vroeg om een priester met de naam Timothy. Door Gods voorzienigheid kon ik hem zalven kort voordat hij stierf. Hij vroeg om een uitvaart in Westminster Cathedral, het centrum van het katholicisme in Engeland. Hij werd omringd door de gewone mensen die naar die doordeweekse mis kwamen, maar ook door mensen met aids, verpleegkundigen, artsen en homoseksuele vrienden. Degene die in de periferie had gestaan, vanwege zijn ziekte, vanwege zijn seksuele geaardheid en vooral omdat hij nu dood was, stond nu in het centrum. Hij werd omringd door mensen voor wie de kerk een thuis was en door mensen die normaal gesproken nooit een kerk zouden binnengaan.

 

Ons leven wordt gevoed door geliefde tradities en devoties. Als ze verloren gaan, treuren we. Maar we moeten ook denken aan al die mensen die zich nog niet thuis voelen in de kerk: vrouwen die het gevoel hebben dat ze niet erkend worden in een patriarchale gemeenschap van oude witte mannen zoals ik! Mensen die vinden dat de Kerk te westers, te Latijns, te koloniaal is. We moeten op weg naar een Kerk waarin zij niet langer aan de rand staan, maar in het midden.

 

Toen Thomas Merton katholiek werd, ontdekte hij ‘God, dat centrum dat overal is en waarvan de omtrek nergens is, die mij vond’. De Kerk vernieuwen is dus als brood bakken. Men verzamelt de randen van het deeg naar het midden en verspreidt vanuit het midden naar de rand en vult het geheel met zuurstof. Men maakt brood door het onderscheid tussen randen en centrum uit te wissen, zodat Gods brood, waarvan het centrum overal is en de omtrek nergens is, ons vindt.

 

Nog een laatste, zeer kort woord. Keer op keer werd tijdens de voorbereiding op deze synode de vraag gesteld: “Maar hoe kunnen we thuis zijn in de Kerk met het verschrikkelijke schandaal van seksueel misbruik? Voor velen was dit de druppel. Ze hebben hun koffers gepakt en zijn vertrokken. Ik legde deze vraag voor aan een bijeenkomst van katholieke schoolhoofden in Australië, waar de Kerk vreselijk is verminkt door dit schandaal. Hoe konden ze blijven? Hoe konden ze nog thuis zijn?

 

Een van hen citeerde Carlo Carretto (1910 – 1988), een kleine broeder van Charles de Foucauld. Wat Carretto zei vat de dubbelzinnigheid van de Kerk samen, mijn thuis en toch nog niet mijn thuis, God openbarend en verhullend.

 

“ Hoezeer moet ik u bekritiseren, mijn kerk, en toch hoeveel houd ik van u! U hebt me meer laten lijden dan wie dan ook en toch heb ik meer aan je te danken dan aan wie ook.

Ik zou u graag vernietigd zien en toch heb ik uw aanwezigheid nodig. U hebt me veel schandaal bezorgd en toch bent u de enige die mij uw heiligheid heeft doen begrijpen. … Ontelbare keren heb ik het gevoel gehad dat ik de deur van mijn ziel in uw gezicht wilde dichtslaan – en toch heb ik elke nacht gebeden dat ik in uw veilige armen zou mogen sterven! Nee, ik kan niet vrij zijn van u, want ik ben één met u, ook al ben ik niet helemaal u. En trouwens – waar zou ik heengaan? Een andere kerk bouwen? Maar ik zou er geen kunnen bouwen zonder dezelfde gebreken, want het zijn mijn eigen gebreken.’

 

Aan het einde van het evangelie van Matteüs zegt Jezus: ‘Zie, Ik ben met jullie tot aan het einde der tijden.’ Als de Heer blijft, hoe zouden wij dan kunnen gaan? God heeft  zichzelf een thuis gemaakt in ons  ondanks al onze schandalige beperkingen voor altijd. God blijft in onze Kerk, zelfs met alle corruptie en misbruik. Daarom moeten we blijven. Maar God is bij ons om ons naar buiten te leiden in de wijdere open ruimten van het Koninkrijk. We hebben de Kerk nodig, ons huidige thuis met al zijn zwakheden, maar ook moeten wij de van de Geest vervulde zuurstof van ons toekomstige thuis zonder grenzen inademen.

 

[1] W. S. Gilbert, De gondeliers, 1889

[2] Evangelii Gaudium paragraaf 47.

[3] Cathy Wright LSJ St Charles de Foucauld: Zijn leven en spiritualiteit, p.111

[4] Belijdenissen.Boek 3

[5] Jezus kennen p.71

[6] Brief aan de Orde over rondtrekken

 

 

Goede week en Pasen

Ook dit jaar hopen we weer dat velen van u deze Passietijd samen met ons mee willen vieren, in onze abdijkerk of op afstand via onze uitzendingen. Bijgaand schema geeft de diensten in de Goede Week en met Pasen weer. De liturgieboekjes kunt u downloaden. Uiteraard zijn ook al deze diensten te volgen via livestream op ons Youtube kanaal.

* = uitgezonden via livestream.

Witte Donderdag:
09:30 uur:   Boeteviering*
17:00 uur:   Avondmaalsmis*  Liturgieboekje
20:00 uur:   Dagsluiting*

Goede Vrijdag: 
06:00 uur:   Morgendienst
09:30 uur:   Lezingendienst*
15:00 uur:   Lijdensherdenking met gezongen Johannes passieLiturgieboekje
20:00 uur:   Dagsluiting *

Stille zaterdag:    
06.:00 uur:  Morgendienst
09:30 uur:   Lezingendienst*
17:00 uur:   Avonddienst*
22:15 uur:   PaaswakeLiturgieboekje

Eerste Paasdag:   
08:00 uur:  Morgendienst
10:00 uur:  Hoogmis * Liturgieboekje

Tweede Paasdag:
09:30 uur:  Hoogmis * Liturgieboekje

Goede week en Pasen

Ook dit jaar hopen we weer dat velen van u deze Passietijd samen met ons mee willen vieren, in onze abdijkerk of op afstand via onze uitzendingen. Bijgaand schema geeft de diensten in de Goede Week en met Pasen weer. De liturgieboekjes kunt u downloaden. Uiteraard zijn ook al deze diensten te volgen via livestream op ons Youtube kanaal.

* = uitgezonden via livestream.

Witte Donderdag:
09:30 uur:   Boeteviering*
17:00 uur:   Avondmaalsmis*  Liturgieboekje
20:00 uur:   Dagsluiting*

Goede Vrijdag: 
06:00 uur:   Morgendienst
09:30 uur:   Lezingendienst*
15:00 uur:   Lijdensherdenking met gezongen Johannes passieLiturgieboekje
20:00 uur:   Dagsluiting *

Stille zaterdag:    
06.:00 uur:  Morgendienst
09:30 uur:   Lezingendienst*
17:00 uur:   Avonddienst*
22:15 uur:   PaaswakeLiturgieboekje

Eerste Paasdag:   
08:00 uur:  Morgendienst
10:00 uur:  Hoogmis * Liturgieboekje

Tweede Paasdag:
09:30 uur:  Hoogmis * Liturgieboekje

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden