Geen producten in je winkelmand.

Het gouden altaar

Bij gelegenheid van de bouw van de eerste stenen abdijkerk gaven Graaf Dirk II en Gravin Hildegard een grote gift
in de vorm van boerderijen, dorpen en landerijen
opdat de monniken zichzelf in hun levensonderhoud konden voorzien.
Naast het evangelieboek waar ik eerder over geschreven heb schonk Gravin Hildegard aan de Abdij een altaarstuk,
het gouden altaar genoemd. In de kroniek van Egmond geschreven door de karmeliet Johannes van Leyden staat hierover:
“daar en boven heeft de Gravinne Hildegaart aan de Kerke van Egmond geoffert
een Altaar-tafereel, schitterende geheel van goud, met vele onwaardeerlyke edele gesteentens vercierd,
uit wiens bovenst top men zegt dat de steen Ostulanus, die ’s nachts de gehele Gerw-kamer met glinsterende straalen verlichtte,
en den geenen, die hen by zich droeg, onzichbaar maakte, gestoolen is.”
.

Inhoud van de blog

01. Inleiding
02. Sint Adelbert, Apostel van het Kennemerland
03. Het eerste klooster
04. Tot Abdij verheven
05. Egmond in de 2e wereldoorlog
06. De Abten van Egmond
07. Graaf Dirk II en Gravin Hildegard
08. Het evangelieboek
09. Het gouden altaar
10. De legende van de steen ostelaen
11.  Egbert van Holland, Aartsbisschop van Trier

Hoe het stuk er uitgezien zou hebben weten we via twee bronnen. Balduinus van Den Haag schreef erover en een zekere Heda, afkomstig uit de omgeving van Egmond, schrijft erover na zelf, rond 1500, in de abdij het altaarstuk gezien te hebben. Heda schrijft; “ ik heb het kunstwerk gezien en bewonderd, want het is werkelijk bewonderenswaardig. Ik weet niet, wat ik er meer in moet prijzen: de diepzinnigheid van voorstelling of de kunst, waarmee ze is uitgevoerd, en ik geloof ook niet, dat ik, vooral niet in onze kerken, ooit zoiets gezien heb, dat in alle opzichten zó volmaakt schoon is.”
Heda beschrijft vervolgens het retabel, feitelijk een opstaande achterwand achter op het altaar.
“ Ze is met roodkleurig goudbeslag bedekt, bezet met fonkelend edelgesteente en kunstig door een vaardige meesterhand gegraveerd. De retabel is vierkant van vorm, zoals men dat in de oud romaanse kunst aantreft. Rondom staat er langs de rand te lezen in Romeinse hoofdletters: Dit altaar dat ter ere van God, den Vorst der Apostelen Sint Petrus, en den voortreffelijken Belijder Christi Sint Adelbert, was opgericht, hebben de eerwaardige graaf Theodoricus samen met zijn geliefde gemalin Hildegardis met goud en edelgesteente versierd en in de hoop op een eeuwig loon voor zich, voor hun ouders en hun eigen kroost, aan God en genoemde heiligen godvruchtig gewijd. “

Op deze afbeelding ziet u het hoogaltaar van de Basiliek Saint Dennis in Parijs uit de 10e eeuw met een retabel aan de achterkant van het altaar. Daarachter een reliekschrijn en aan de zijkanten gordijnen. Deze afbeelding voldoet in alle opzichten aan de beschrijving van het Hoogaltaar in onze Abdijkerk.

Zoals wij lezen maken de gevers geen geheim van hun verlangen. Deze opdracht past helemaal in de lijn van de kloosterstichting, het verkrijgen van het eeuwige leven in het hiernamaals. Toch is dit niet alles, Heda vervolgt met de beschrijving van het paneel zelf:
“ in iedere hoek van het retabel ligt een grijsaard met een leegstromende kruik onder zijn armen, zoals men vanouds de Donau, de Rijn, de Tiber en de andere rivieren placht uit te beelden. Hier zijn het zoals erbij te lezen staat, de vier Paradijsstromen: de Phison, Tigris, Eufraat en Geon. Tussen de bovenste twee rivieren staan zes eerbiedwaardige Apostelfiguren: Sint Johannes, Andreas, Petrus, Paulus en wat lager Philippus en Jacobus, ieder met zijn naam erbij. Onderaan staan tussen de rivieren: Sint Thomas, Bartholomeus, Thadaeus, Symon, Jacobus en Mathias. Midden op de retabel bevindt zich het Kruis met diadeem en de afbeelding van de Verlosser. Op de rechterarm van het kruis leest men Caritas ( liefde ); op de linkerarm Spes ( hoop ); op de voet Fides ( geloof ) en daarbij staan de corresponderende emblemen in het verlangde van de linker kruisarm ziet men  een engelenfiguur, aangeduid als Cherubijn, en daarnaast tot aan de rand van het vierkant: Sint Adelbert en Sint Bavo. Aan de linkerkant bevindt zich een serafijn met Sint Martinus en Sint Willibrord. Tussen de Phison en het kruis zit Sint jan met een lessenaartje en een boek, dat begint : in Principio. Daar tegenover Sint Matthaeus eveneens met lessenaar en boek: Liber generationis. Vervolgens tussen Eufraat en kruis: Sint Lucas met een hoorn in plaats van een boek. En aan de andere kant tussen Geon en kruis: Sint marcus met een boek waarop geschreven staat : Ecce mitto. Ieder der Evangelisten heeft het symbolische dier bij zich uit de Apocalyps.”

Deze zeer gedetailleerde beschrijving spreekt zeker tot de verbeelding. Wij weten dat rond 1520 dit retabel nog in de Abdijkerk is geweest. En in 1524 werden er nog werkzaamheden uitgevoerd voor de zijluiken die in de 15e eeuw werden aangebracht. In de jaren hierna weten wij niets meer van dit retabel. Dit zal waarschijnlijk liggen in het feit dat het Abdijarchief helaas niet meer compleet is. Tijdens en na de plundering door de Geuzen heeft men veel buit gemaakt uit de abdij. Er is een getuigenverklaring die stelt dat de Geuzen richting Alkmaar gingen met medeneming van zilveren kelken, kazuifels die men spottend droeg en van andere kostbaarheden die men als krijgsbuit meenam. In deze verklaring wordt geen vermelding gemaakt van het retabel. Als men hierop de hand had kunnen leggen dan was dit zeker vermeld. Misschien zit er een kern van waarheid in de eeuwenoude legende dat de monniken het retabel hebben kunnen verbergen op het abdijterrein. Wie weet wat er ooit nog opduikt.

Op de volgende twee foto’s zien wij voorbeelden van retabels uit de 10e eeuw, de tijd waaruit ons retabel stamt.

© Arnoldius, wikipedia commons.

Deze foto is van het gouden altaar in Aken. De panelen zijn uit de 10e eeuw, het houtwerk is uit later tijd. Christus is hier tronend afgebeeld en naast hem Maria en St. Joris. Hiernaast de dieren van de Evangelisten. Hieromheen het passieverhaal van palmzondag tot de verrijzenis.

 

© G.dallorto wikipedia commons.

Deze foto toont het altaar retabel van de Dom van Milaan. Het vierkante middenpaneel lijkt erg veel op de beschrijving van ons altaar. Met boven en onder de genoemde apostelen en de armen van het kruis met haar afbeeldingen.

In de beschrijving van het retabel door Heda wordt er melding gemaakt van de steen Ostelaen welke gestolen werd. Dit verhaal is te mooi om hier kort te behandelen. Ik zal dus in de volgende blog schrijven over deze mysterieuze steen.

Broeder Adelbert o.s.b

Index

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden