|
Jean-Yves Leloup: Écrits sur l'hésychasme Geschriften over het hesychasme
De hesychastische gebedsmethode volgens het onderricht van Vader Serafim door Jean-Yves Leloup vertaald door broeder Thijs Ketelaars. |
Hoofdstuk I
Toen de jonge Franse filosoof M. X. op de Berg Athos aankwam, had hij al een heel aantal boeken over de orthodoxe spiritualiteit gelezen, met name de kleine filokalie van het gebed van het hart en de verhalen van de Russische pelgrim. Deze lectuur had hem al verleid, maar hij was nog niet echt overtuigd. Een liturgieviering in de rue Daru in Parijs had hem het verlangen ingegeven tijdens zijn vakantie in Griekenland een aantal dagen door te brengen op de Berg Athos om een beetje meer te weten te komen over het gebed en de gebedsmethode van de hesychasten. Zij immers onderhouden de stilte in hun zoektocht naar de hesychia, dat wil zeggen naar de innerlijke rust.
Het zou veel tijd vergen om tot in detail te vertellen hoe hij Vader Serafim ontmoette, die in een kluis woonde dichtbij het Pantaleimonklooster ( het Russikon zoals de Grieken het noemen). Laten wij alleen zeggen dat de jonge filosoof een beetje geërgerd was. Hij ontmoette de monniken niet op “het niveau”van zijn boeken. Wij moeten ook zeggen dat hij weliswaar verschillende boeken over de meditatie en het gebed gelezen had, maar dat hij nog niet echt een bijzondere vorm van meditatie in praktijk bracht. En wat hij eigenlijk zocht, was geen verhaal meer over het gebed of de meditatie, maar een “initiatie”, die hem de mogelijkheid zou aanreiken het gebed en de meditatie van binnenuit te leven en te leren kennen, niet door “van horen zeggen”, maar uit ervaring.
Vader Serafim genoot een twijfelachtige reputatie bij de monniken in zijn omgeving. Sommigen beschuldigden hem van het hebben van levitaties, anderen van geschreeuw en geblaf, weer anderen vonden hem een onwetende boer, maar er waren er ook die hem voor een echte staretz hielden, geïnspireerd door de Heilige Geest, en in staat om diepzinnige raad te geven en in harten te lezen.
Wanneer iemand aan de deur van zijn kluis kwam, had Vader Serafim de gewoonte de desbetreffende persoon op de meest ongepaste manier te observeren: van kop tot teen gedurende vijf lange minuten, zonder ook maar een woord te zeggen. Wie dit soort van onderzoek uithielden zonder weg te vluchten, konden dan de strenge diagnose van de monnik horen: “Bij jou, is Hij maar afgedaald tot de kin”. “Bij jou, laten wij er niet over praten. Hij is nog niet eens binnengekomen”. “Bij jou, nee, dat is niet mogelijk, wat een wonder! Hij is afgedaald tot aan je knieën”.
Het is duidelijk dat hij van de heilige Geest sprak en van zijn meer of minder diepe afdaling in de mens. Soms in het hoofd, maar niet altijd in het hart of de ingewanden…. Zo beoordeelde hij de heiligheid van iemand naar de maat van zijn belichaming van de Geest. De volmaakte, getransfigureerde mens was voor hem diegene, die helemaal bewoond werd door de Aanwezigheid van de Heilige Geest, van kop tot teen. “Dat heb ik maar eenmaal gezien, in staretz Silouan. Hij was werkelijke een man van God, vol van nederigheid en van majesteit”.
De jonge filosoof was nog niet tot zover gekomen. De Heilige Geest had stilgehouden, of beter, had in hem alleen toegang gekregen “tot de kin”. Toen hij Vader Serafim vroeg om hem over het gebed van het hart te spreken en over het zuivere gebed volgens Evagrius Ponticus, begon de monnik uit te varen. Maar dat deed de jongeman de moed niet verliezen. Hij drong aan… Toen zei Vader Serafim tot hem: “Vooraleer te spreken over het gebed van het hart, moet je eerst leren mediteren als een berg…”en hij wees hem een enorme rots. “Ga hem vragen wat hij doet om te bidden. Daarna kun je bij mij terugkomen.”
Mediteren als een berg
Zo begon voor de jonge filosoof een ware initiatie in de methode van het hesychastisch gebed. De eerste aanwijzing die hem werd gegeven, had betrekking op de stabiliteit. De verworteling van een goede zithouding.
Inderdaad is de eerste raad die men kan geven aan iemand die wil mediteren niet van geestelijke orde, maar van fysieke orde: gaan zitten.
Gaan zitten als een berg, dat wil ook zeggen aankomen in gewicht: zwaar zijn van aanwezigheid. De eerste dagen had de jongeman veel moeite zo onbeweeglijk te blijven, met gekruiste benen, het bekken een beetje hoger dan de knieën ( op deze manier vond hij meer stabiliteit). Op zekere morgen voelde hij werkelijk wat het zeggen wil “te mediteren als een berg”. Hij was daar onbeweeglijk, met heel zijn gewicht. Hij en de berg waren één, stil onder de zon. Zijn besef van tijd was compleet veranderd. De bergen kennen een andere tijd, een ander ritme. Zitten als een berg is de eeuwigheid vóór zich hebben, het is de juiste houding voor iemand die in de meditatie wil binnengaan: weten dat hij de eeuwigheid achter zich, binnen in zich en vóór zich heeft. Alvorens een kerk te bouwen is het nodig om steenrots te zijn , en op deze steenrots ( deze onverstoorbare vastheid van de rots) kan God heel goed zijn kerk bouwen en van het lichaam van de mens zijn tempel maken. Zo begreep hij de betekenis van het evangeliewoord: “Jij bent steenrots en op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen”.
De jongeman volhardde zo verscheidene weken. Het zwaarste was voor hem zo uren door te brengen “zonder iets te doen”. Hij moest opnieuw leren te zijn, simpelweg te zijn, - zonder doel of motief. Mediteren als een berg was de meditatie van het Zijn zelf, “van het simpele feit van het Zijn”, voor elke gedachte, elk genot of elke pijn.
Vader Serafim bezocht hem elke dag, waarbij hij met hem tomaten en enkele olijven deelde. Ondanks dit tamelijk sobere regime leek de jongeman aangekomen te zijn in gewicht. Zijn houding was rustiger. De berg leek in zijn huid te zijn binnengedrongen. Hij wist tijd te nemen, de seizoenen te verwelkomen, stil en rustig te blijven als een akker, die soms hard en droog is, maar soms ook als de flank van een heuvel, die wacht op zijn oogst.
Mediteren als een berg had ook het ritme van gedachten veranderd. Hij had geleerd te “kijken” zonder te oordelen, alsof hij aan alles wat uitbotte op de berg “het recht van bestaan” gaf.
Op zekere dag vroegen pelgrims die hem voor een monnik hielden, onder de indruk als zij waren van de kwaliteit van zijn aanwezigheid, om een zegen. Hij gaf helemaal geen antwoord, onverstoorbaar als een steen. Toen Vader Serafim daar weet van gekregen had, begon hem ’s avonds af te ranselen…De jongeman begon toen te jammeren.
“Oh goed! Ik dacht dat jij zo stom geworden was als de kiezels op de weg… De meditatie van de hesychasten kent de verworteling, de stabiliteit van de bergen, maar het doel ervan is niet om van jou een dorre, dode tronk te maken, maar een levende mens.”Hij nam de jongeman toen bij de arm en bracht hem achter in de tuin, waar tussen de wilde kruiden een paar bloemen te zien waren.“Nu gaat het er niet meer om te mediteren als een steriele berg. Leer nu mediteren als een klaproos, maar vergeet daarbij de berg niet…”
Mediteren als een klaproos
1 2 3 4 5 6 7 8