Vaderspreuken overzicht

Vaderspreuken

De Vaderspreuken zijn gezegden op naam van monniken uit de Egyptische woestijn, die zijn opgetekend en verzameld in verschillendecollecties. De meest bekende zijn de alfabetische op naam van de abba´s en amma´s (geestelijke vaders en moeders) van abt Antonius tot abt Oor (o-mega is laatste letter van Grieks alfabet), en de systematische. De teksten dateren van ± 300 - ± 450).

Zij hebben in latere tijden ontelbaar velen geïnspireerd bij hun zoeken om het evangelie in practijk te brengen. Steeds weer blijken zij eenverfrissende bron. Wij geven in de komende tijd graag af en toe een spreuk uit deze collectie. De volledige verzameling is uitgegeven door de abdij Bethlehem te Bonheiden in haar serie: Monastieke bronnen.

Vaderspreuken zijn ter meditatie, relativering op ons eigen leven. De onderstaande vaderspreuken zijn uitgekozen en van commentaar voorzien door vader abt G.Mathijsen.

Augustus 

Ammas Sarra zei: Als ik God bid dat alle mensen over mij tevreden zijn, moet ik in rouwmoedigheid aan ieders deur komen staan. Liever bid ik dat mijn hart rein is ten opzichte van allen. (888)

≈≈
Ammas Sarra is een van de drie vrouwelijke asceten waarvan spreuken zijn opgenomen in het Vaderboek. Zij was een sterke persoonlijkheid, letterlijk "voor de duivel niet bang", maar ook zonder menselijk opzicht. Zij spreekt hier uit dat het onmogelijk is om het alle mensen naar de zin te maken. Van belang is dat men zich niets te verwijten heeft, maar een goed geweten heeft ten opzichte van ieder mens.
Maar dat is iets waarvoor de mens zich wel kan inspannen, maar wat toch vooral een genade is die men in gebed moet afsmeken.

 

 

 juli

Gastvrijheid

Een broeder bezocht een grijsaard en bij zijn vertrek zei hij: «neemt u mij niet kwalijk, abba, dat u door mij uw regel niet onderhouden hebt».  Maar hij gaf hem ten antwoord: «mijn regel is u opbeuring te bezorgen en u in vrede te laten heengaan.»
(anonyme spreuken 283)

≈≈≈De vacantietijd is een periode van op bezoek gaan en bezoeken afleggen, van gastvrijheid ontvangen en geven. De monnik diebij een ander te gast is verontschuldigt zich dat hij inbreuk maakt op diens gewone dagorde. Maar de ander zegt dat het voor hem een prioriteit is gasten te ontvangen en zich naar hen te voegen.

 


Juni
Een broeder bracht een bezoek aan abt Elias de kluizenaar in het klooster 
van de
grot van abt Sabbas en hij zei hem: "Abba, geef me een spreuk".
De grijsaard zei dan tot de broeder: "In de dagen van onze vaderen waren
deze drie deugden geliefd: de bezitloosheid, de zachtmoedigheid en de
zelfbeheersing. Nu heersen er onder de monniken de hebzucht, de
vraatzucht en de ruwheid. Neem wat u ervan wilt." (266)
 
≈≈≈Deze spreuk getuigt van de nostalgie naar "de goede, oude tijd". De 
tegenwoordige
generatie legt het altijd af tegen de ijver van vroeger.
Zou het echt zo zijn dat we
altijd maar afzakken? Dat de jeugd van
tegenwoordig niet deugt, en dat in het
verleden de mensen veel beter
waren? Blijkbaar zien we de dingen van vroeger met een milde blik, en
hebben we vooral oog voor de gebreken van onze tijdgenoten. In ieder
geval zijn morele deugden nooit een vast bezit, maar moeten zij steeds
opnieuw moeizaam worden verworven door taaie strijd tegen de ondeugd.



 Vaderspreuk voor de maand mei

Abt Halonius zei: Als een mens niet in zijn hart zegt: "Alleen ik en
God zijn op de
wereld", zal hij geen rust hebben. (Vaderspreuken, 144). 
≈≈≈Gaan deze woorden niet in tegen ons gevoel? Zijn wij geen sociale wezens? 
Is het
niet een terecht verwijt aan gelovigen dat zij zich beperken tot die
houding van «ik
en God»? Het is beslist waar dat er bekrompen gelovigen
zijn, bij wie alles om hun ego
draait. En dat je mensen kunt ontmoeten
zonder godsgeloof maar met een diepe bezieling, een fijne beschaving, en
een bewonderens- waardige zelveloosheid en
solidariteit met anderen.
Maar ook zien wij dat in onze zogenaamd sociale samenleving heel veel
eenzaamheid
is, uitzichtloosheid, gebrek aan zingeving. Wie mag ontdekken
dat God de diepste
grond is van zijn bestaan, en dat elk mens een unieke
Godsrelatie mag koesteren, ervaart daarin een vrede die in staat stelt uit
zichzelf te treden en zich aan
anderen te wijden.

2008

Vaderspreuk voor de maand maart

Let op je ziel! 

Een beroemd grijsaard zat neer in Syrië in de provincie Antiochië. Zijn broeder was terstond klaar om te oordelen, wanneer hij iemand een fout zag maken. Dikwijls wees de grijsaard hem terecht. Hij zei: «Heus, kind, u vergist u en u stort slechts uw ziel in het ongeluk, want niemand weet wat er in de mens omgaat dan alleen de Geest die in hem woont (1 Kor. 2, 11). Velen toch doen dikwijls voor het oog van de mensen allerlei slechte dingen, terwijl zij in stilte voor God er berouw over verwekken. Wij zien dan wel de zonde, maar het goede dat hij deed, kent alleen God. Ja zelfs zijn velen, die hun hele leven slecht hebben doorgebracht, dikwijls tegen hun dood en hun levenseinde tot inkeer gekomen en gered. Soms zijn ook zondaars op het gebed van heiligen weer in genade aangenomen. Daarom, al ziet iemand het met eigen ogen, toch mag hij volstrekt niet oordelen. Er is maar één Rechter, de Zoon van God, en elkeen die iemand oordeelt, is zelf veroordeeld en maakt zich tot God in plaats van Christus. Want de waardigheid en de macht die de Vader aan Hem verleend heeft, heeft hij geroofd door zich tot rechter op te werpen». (Anonieme Spreuken, nr. 589.)



 

≈≈≈Bij het lezen van de verrichtingen van de eerste monniken zou je ontmoedigd kunnen raken. Zij hebben dikwijls zulke ascetische hoogstandjes laten zien! Onze vastenpraktijk in de 40 dagen steekt daarbij wel heel bleekjes af. Maar spreuken als deze kunnen ons bemoedigen. Niet oordelen ligt binnen ieders mogelijkheden. En daardoor zal ons oog zuiver worden, en kunnen wij onze ziel redden.

 

 


Vaderspreuk voor de maand februari

Vasten met onderscheiding 


 Op een keer was in de Skêtis (kluizenaarskolonie) het bevel uitgevaardigd: “vast deze week!” Nu trof het zo dat er broeders uit Egypte abt Mozes kwamen bezoeken. En hij kookte een eenvoudig gerecht voor hen. Maar zijn buren zagen de rook en zeiden tegen de geestelijken: “Ziet eens, Mozes verbreekt het bevel en heeft een gerecht in zijn kluis gekookt!” Zij nu zeiden: “Wanneer hij komt, spreken wij hem erover aan.” Maar toen het zaterdag was geworden en de geestelijken inmiddels de verheven levenswijze van abt Mozes hadden vastgesteld, zeiden zij in het bijzijn van alle mensen: “Abt Mozes, u hebt het gebod van de mensen verbroken, maar dat van God onderhouden.” (Mozes 5, Vaderspreuken 499).

In de Vaderspreuken is veel te vinden over het onderhouden van de vasten, met name gedurende de Veertigdagentijd. De gestrengheid van de oude monnikenvervult ons met verbijstering. Op dat punt voelen wij ons niet in staat hen na te volgen, en misschien zien wij daarvan ook de zin helemaal niet zitten. Maar er is meer. Behalve ascetische hoogstandjes tonen zij ook een groot onderscheidingsvermogen. Daarvan is bovenstaande spreuk wellicht een goed voorbeeld, dat bovendien met echte vertelkunst wordt gepresenteerd.

Er is in de kluizenaarskolonie een bijzondere vasten uitgevaardigd. Dat zegt al iets over de georganiseerde wijze van leven die ook in die begintijd al bestond. En ook bij die spirituele mannetjesputters was er al een grote mate van sociale controle. Het bleef niet onopgemerkt als iemand in zijn kluis een potje kookte. En het werd onmiddellijk aan de geestelijke leiders gerapporteerd. Die beloofden tot confrontatie over te gaan, en blijkbaar bereidden zij “het proces” goed voor. De wetten van de gastvrijheid werden van groter belang geacht dan de onderlinge afspraken van de kluizenaars. Abt Mozes had gehandeld als een goed gastheer: liefde gaat boven mensenwet.

Het is goed om bij het vasten in het oog te houden waarom het gaat. Vanuit een zuivere instelling kun je vruchtbaar vasten. Handel je prestatiegericht of innerlijk onvrij dan brengt de vasten je geen nut .

 

 


  Vaderspreuk van de maand januari

Eigen wil; een betrouwbaar richtsnoer?

De grijsaards zeiden: als u zou zien dat een jongeman door (het involgen van) zijn eigen wil ten hemel stijgt, grijp hem bij zijn voet en trek hem omlaag, wat dat is niet goed voor hem (anoniem 111 en 124).

 GM.

De spreuk komt tweemaal voor in de collectie anonyme uitspraken, en bovendien nog in de systematische verzamelin (X, 173). Wat de oudvaders driemaal herhalen vinden ze blijkbaar een heel belangrijke raadgeving.

In onze samenleving waarin de eigen keuzevrijheid van ieder als hoogste waarde geldt, geeft dat te denken! Is de mens in staat in de spirituele markt de juiste keuze te maken? Zegt het Evangelie niet dat wij ons zelf dienen te verloochenen, en alleen zo Jezus zullen kunnen volgen. 

 

Abdij van Egmond Abdijlaan 26 1935 BH Egmond-Binnen