Roeping
Een van de oudste verhalen over roeping staat in de bijbel. Samuël hoort 's nachts de stem van God die zijn naam roept (1 Samuël 3). Zo letterlijk wordt een mens niet altijd geroepen. Sommige monniken hebben een ervaring met Christus, een ander is ooit getroffen door een woord uit de bijbel, een derde wist zich aangetrokken en geïnspireerd door het monniksleven op zichzelf. Een leven van eenvoud, gebed, stilte en comtemplatie.
Een weg kiezen
Leeft het verlangen in jou om monnik te worden dan raden wij je aan je te laten begeleiden door een geestelijke, de novicenmeester van de abdij, je parochiepastoor of iemand die jouw vertrouwen geniet. Een roeping, een verlangen voelen om God te dienen, is een eer, een initiatief van God, daar kom je niet onderuit, maar de keuze maken om die roeping te willen volgen en door te zetten vereist een goede begeleiding en is ook afhankelijk van je eigen wil. Zo'n keuze kost tijd, om na te denken, om te bidden tot de Geest. Juist de keuzes die een heel leven raken, moeten in de grootst mogelijke vrijheid genomen worden, en daarvoor is tijd en rust nodig. Voor het maken van een dergelijke keuze bieden wij je aan enkele malen als gast in ons klooster te verblijven. Ook is het niet verkeerd om ook bij andere kloosters een kijkje te nemen.
Denk je daarna dat ons klooster toch de plaats is waar je thuis wilt horen en onze identiteit en onze gemeenschap lijkt jou aan te spreken, dan is het altijd mogelijk enige tijd in ons klooster te verblijven. Als kandidaat-monnik volgen er gesprekken met onze novicenmeester, die voor jou vorming verantwoordelijk is. Is het verlangen na enige tijd nog steeds in jou aanwezig, dan kun je onze abt vragen om toegelaten te worden tot de gemeenschap.
Monnik worden
Om monnik te worden moet je aan enkele voorwaarden voldoen. Je moet God willen zoeken en daartoe moet je enerzijds een voorliefde voor liturgie, gebed, stilte en afzondering hebben, in gehoorzaamheid willen leven aan de Regel en anderzijds moet ook het leven in een hechte gemeenschap je aanspreken. Zonder die bereidheid of ambitie om te werken aan het eigen maken van die eigenschappen, voor zover je die niet in je hebt, wordt het minder makkelijk om te enten in een kloostergemeenschap.
Bij je intrede ben je postulant. Je gaat nog geen binding aan, maar blijft vrijwillig bij ons om gevormd te worden. Na je postulaat van minimaal 6 maanden, volgt het noviciaat dat 2 jaren kan duren. In deze periode van vorming wordt je verder ingewijd onder meer in de theologie, spiritualiteit, liturgie, de regel van 'Benedictus", onze geestelijke vader, monastica en geestelijke lezing. Je krijgt een geestelijke begeleider toegewezen, meestal de novicenmeester of een andere ervaren broeder die door onze gemeenschap wordt aangewezen.
In je vormingsjaren leer je ook met de gemeenschap omgaan, waar je een groot deel van de dag en van je leven mee zult doorbrengen. Maar ook de arbeid die je moet verrichten naast je studie en lessen behoort tot de vorming.
Aan het eind van de noviciaatsperiode kan je in overleg en met toestemming van de hele gemeenschap je tijdelijke geloften afleggen voor drie jaar.
Deze periode wordt je verder gevormd en kan je, indien nodig geacht wordt, studies volgen om je geloofsleven verder te verdiepen. Na je tijdelijke geloften kan je je eeuwige geloften afleggen.
Ervaar je een verlangen om monnik te worden in onze gemeenschap, neem dan vrijblijvend contact met vader abt Gerard Mathijsen voor een orienterend gesprek @